is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit voorkomt, hfdst. 32 : 8, hfdst. 33 : 4; en daar hij

aldus voor den god van het ware gehouden werd

want verwoesting, verzoeking, kastijding en berisping behooren geenszins tot het goede, maar tot het ware — en daar de Heer door hem voor Abraham, Izak en Jakob werd uitgebeeld, werd de naam behouden, ook bii de Profeten, bij wie echter onder Schaddai het ware wordt verstaan, zooals bij Ezechiël: „Ik hoorde de stem van vleugelen der Cherubim, als de stem van vele wateren, als de stem, van Schaddai, wanneer zij gingen, de stem eens gedreuns, als de stem eens heirlegers" (1 24)- bii denzelfde: „Het voorhof werd vervuld van den glans „der heerlijkheid van Jehovah, en de stem van de vleugelen der Cherubim werd gehoord tot het uiterste voor" , als de stem van den god Schaddai, wanneer hij „spreekt (10 : 4, 5), alwaar Jehovah voor het goede en öchaddai voor het ware staat; door de vleugelen worden m het Woord desgelijks in den innerlijken zin die dingen aangeduid, welke tot het ware behooren. Ook Izak en Jakob noemen den god Schaddai in soortgelijken zin, namelijk als een god die verzocht en van de verzoeking bevrijdt, en daarom weldoet. Izak zeide tot ziin zoon Jakob, toen deze voor Ezau vlood: „De God Schad„dai zegene u, en make u vruchtbaar, en vermenigvul„dige u (Gen. 28 : 3). Jakob zeide tot zijn zonen, toen zij naar Egypte togen om koren te koopen, idaar zii Jozef zoozeer vreesden: „De god Schaddai geve u barmhartigheid voor den man, en late u uwen anderen broeder, en Benjamin, los" (Gen. 43 : 14). Jakob, hier Israël genoemd zegt terwijl hij Jozef zegent, die meer dan zijn broeders in de boosheden der verzoekingen was en daaruit bevrijd werd': „Van uws vaders God, en Hij „zal u helpen en met Schaddai, en Hij zal u zegenen" l^en. 4y : 25). Om deze reden nu is het, dat de Heer eerst door den God Schaddai, dien Abram vereerde,

oTie,,ul,^eeld1..7orden. zeggende: „Ik ben God Schaddai ; desgelijks later voor Jakob: Ik ben God „bchaddai, wees vruchtbaar en vermenigvuldig" (Gen.

'■ V' °°k 'deze r&den, wijl in het voorafgaande m den innerlyken zin over de verzoekingen werd gehandeld De Schaddai-dienst ontleende bij hen zijn oorsprong hieraan, dat, zooals bij een zekere natie, waarover,