is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat er niets wereldsch meer mede vermengd is, want onder Abraham wordt niet Abraham verstaan maar de Heer; onder vruchtbaar gemaakt worden wordt niet verstaan zijn nakomelingschap, die zeer, zeer groeien zou, maar het goede van het Menschelijk Wezen des Heeren, tot in het oneindige; onder de natiën worden niet natiën verstaan maar goedheden, en onder koningen niet koningen maar waarheden; terwijl nochtans de geschiedenis overeenkomstig den zin van de letter in haar waarheid blijft, want het is waar, dat alzoo tot Abraham gesproken werd, voorts dat hij aldus vruchtbaar gemaakt werd, en dat natiën alsmede koningen uit hem voortkwamen. Dat de koningen waarheden beteekenen, kan uit de navolgende plaatsen blijken; bij Jesaja: „De „zonen van den vreemde zullen uwe muren bouwen, en „hunne koningen zullen u dienen; gij zult de melk der „natiën zuigen, en de borst der koningen zult gij zuigen" (60 : 10, 16); wat het zuigen der melk der natiën en der borst der koningen beteekent, komt geenszins in den zin der letter uit, maar in den innerlijken zin, waarin het beteekent begiftigd worden met goedheden en onderricht in waarheiden. Bij Jeremia: „Er zullen door de „poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende „op den troon van David, rijdende op wagen en op paar„den" (17 : 25; hfdst. 22 : 4); rijden op wagen en op paarden is een profetische uitdrukking, welke overvloed van verstandelijke dingen beteekent, zooals uit tal van plaatsen bij de Profeten kan blijken; aldus wordt met de woorden: „door de poorten der stad zullen koningen ingaan" in den innerlijken zin aangeduid, dat zij zullen vervuld worden met waarheden des geloofs; dit is de hemelsche zin des Woords, waarin de wereldsche zin der letter overgaat. Bij denzelfde: „Jehovah heeft in de „gramschap Zijns toorns den koning en den priester ,,smadelijk verworpen; de poorten Zions zijn in de aarde verzonken; Hij heeft hare grendelen verdorven en gebroken; de koning en de vorsten zijn onder de heidenen, „er is geene wet" (Klaagl. 2 : 6, 9), alwaar de koning staat voor het ware des geloofs, de priester voor het goede der naastenliefde; Zion voor de Kerk die te gronde gericht wordt en welker grendelen gebroken worden; vandaar zijn dé koning en de vorsten onder de heidenen,