is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,nen, die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die het „koninkrijk nog niet ontvangen hebben, maar als konin„gen macht ontvangen voor eene ure met het beest; „deze zullen eenerlei zin hebben, en zullen hun vermo„gen en macht het beest overgeven" (Openb. 17 : 12, 13); dat de koningen hier niet koningen zijn, kan eveneens een ieder duidelijk zijn, want anders zou het toch geheel onverstaanbaar zijn, dat de tien koningen als koningen voor één uur macht zouden ontvangen; desgelijks wat bij denzelfde staat: „Ik zag het beest, en de koningen „der aarde, en hunne heirlegers vergaderd, om krijg te „voeren tegen hem, die op het paard zat, en tegen zijn „heirleger" (Openb. 19 : 19); dat de op het paard zittende het Woord Gods is, wordt hier in het 13. vers nadrukkelijk gezegd, waartegen de koningen der aarde vergaderd worden genoemd; het beest staat voor de ontwijde goedheden der liefde, de koningen voor de geschonden waarheden des geloofs; koningen der aarde worden zij genoemd, omdat zij binnen dé Kerk zijn; dat de aarde de Kerk is, zie nrs. 662, 1066, 1067, 1262; het witte paard staat voor het verstand van het ware, de op het paard zittende voor het Woord. Nog duidelijker komt het uit bij Daniël in het elfde hoofdstuk, alwaar gehandeld wordt over den oorlog tusschen den koning van het zuiden en den koning van het noorden, waardoor de waarheden en de valschheden worden aangeduid, die met elkander gestreden hebben; de strijd wordt hier ook historisch door een oorlog beschreven. Daar de koning het ware is, kan het duidelijk zijn, wat het in den innerlijken zin wil zeggen, dat de Heer Koning genoemd wordt, voorts ook Priester, alsmede wat de koningen bij den Heer uitbeeldden, en wat de priesters. De koningen beeldden Zijn Goddelijk Ware uit, en de priesters Zijn Goddelijk Goede. Alle wetten der orde, waarmede de Heer het heelal als Koning bestuurt, zijn waarheden; alle wetten echter, waarmede Hij het heelal als Priester bestuurt, en Waarmede Hij ook de waarheden zelf regeert, zijn goedheden; want de regeering naar de waarheden eenig en alleen, zou een ieder naar de hel verdoemen, doch de regeering naar de goedheden heft daaruit op en verheft in den Hemel, men zie nr. 1728. Daar deze beide regeeringen bij den Heer verbonden zijn, werden