is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kenis van het vleesch, nr. 2041, is gezegd. Het vleesch van de voorhuid beteekent hier de eigenliefde; zij, die binnen de Kerk in het valsche zijn en tevens in de eigenliefde, zij zijn het vooral, die de heilige dingen ontwijden; niet zoozeer diegenen, die in een andere liefde zijn, want de eigenliefde is de vuilste van alle liefden, daar zij vernietigend is voor de samenleving en dus vernietigend voor het menschelijk geslacht, zooals hierboven is aangetoond, nr. 2045. Dat zij ook regelrecht indruischt tegen de wederkeerige liefde, waarin de Hemel bestaat, dat zij dus vernietigend is voor de hemelsche orde zelf, kan blijken uit de booze geesten en geniën in het andere leven, voorts uit de hellen, waarin niets dan eigenliefde is, die de heerschappij voert, en daar het de eigenliefde is, zijn het ook alle soorten van haatgevoelens, wraaknemingen en wreedheden, aangezien deze daaruit voortkomen. De wederkeerige liefde in den Hemel bestaat hierin, dat men den naaste meer liefheeft dan zichzelf; vandaar beeldt de gansche Hemel als het ware éénen mensch uit, want allen worden op deze wijze van den Heer door de wederkeerige liefde saamverzelschapt; dit is de reden, dat de gelukzaligheden van allen aan een ieder worden medegedeeld, en die van een ieder aan allen; de hemelsche vorm is dientengevolge van dien aard, dat iedereen als het ware een zeker middelpunt is, aldus een middelpunt van mededeelingen, bijgevolg van de gelukzaligheden die van allen uitgaan, en wel overeenkomstig alle verscheidenheden dier liefde, welke ontelbaar zijn; en daar zij, die in deze liefde zijn, hierin de hoogste gelukzaligheid smaken, dat zij hetgeen bij hen invloeit, aan anderen kunnen mededeelen, en wel van ganscher harte, wordt de mededeeling dientengevolge een bestendige en eeuwige, en door haar groeit de gelukzaligheid van een ieder aan naar gelang van de toename van het Rijk des Heeren; de Engelen denken niet daaraan, aangezien zij in gezelschappen en woningen onderscheiden zijn, maar de Heer beschikt op deze wijze alles en elke bijzonderheid; van dien aard is het Rijk des Heeren in de Hemelen. Maar niets anders dan de eigenliefde tracht dezen vorm en deze orde te vernietigen; aldus zijn al diegenen in het andere leven, die in de eigenliefde zijn, dieper helsch dan de anderen; want