is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Goddelijke zal aantrekken, blijkt uit hetgeen boven bij vers 5 gezegd is aangaande Abraham, alwaar deze woorden staan: „uw naam zal niet meer genoemd worden Abram, en uw naam zal wezen Abraham", waardoor desgelijks is aangeduid, dat Hij het menschelijke zal afleggen en het Goddelijke aantrekken, waarover nr. 2009; want de letter H, die aan den naam Sarah werd toegevoegd, is uit den naam van Jehovah genomen, opdat Sarah, evenals Abraham, het Goddelijke des Heeren zou uitbeelden, namelijk het Goddelijk huwelijk van het goede met het ware in den Heer, Abraham het Goddelijk Goede, en Sarah het Goddelijk Ware, waaruit het Goddelijk Redtelijke geboren zou worden, dat Izak is. Het Goddelijk goede, dat de liefde is, en met betrekking tot het gansche menschelijke geslacht de Barmhartigheid, was het Innerlijke des Heeren, dat is, Jehovah, die het Goede zelf is; dit wordt uitgebeeld door Abraham. Het ware, dat met het Goddelijk goede verbonden moest worden, is uitgebeeld door Sarai, en nadat dit ook Goddelijk is geworden, wordt het uitgebeeld door Sarah, want de Heer is geleidelijk voortgeschreden tot de vereeniging met Jehovah, zooals hierboven herhaaldelijk gezegd is. Het door Sarai uitgebeelde ware was nog niet Goddelijk, toen het nog niet zoo met het goede vereenigd was, dat het ware van het goede uitging; maar toen het zoo met het goede verbonden was, dat het van het goede uitging, was het Goddelijk, en het ware zelf was toen ook het goede, omdat het het ware van het goede was; iets anders is het ware, dat naar het goede streeft om met het goede vereenigd te worden, en iets anders is het ware, hetwelk zoo met het goede vereenigd is, dat het gansch en al uit het goede voortkomt; het ware, dat naar het goede streeft, kleeft nog iets menschelijks aan, maar het ware, dat geheel en al met het goede vereenigd is, legt alles wat menschelijk is, af, en trekt het Goddelijke aan. Dit kan, als eerder, door iets dergelijks bij den mensch toegelicht worden; wanneer de mensch wordt wedergeboren, dat is, wanneer hij met den Heer moet worden verbonden, schrijdt hij tot de verbinding voort door het ware, dat is, door de waarheden des geloofs; want niemand kan worden wedergeboren dan alleen door de erkentenissen des geloofs, welke de waarheden