is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboren was, toen zij van Jehovah boorde dat zij baren zou, hieromtrent het volgende: „Toen Sarah het hoorde aan de deur der tent; Sarah lachte bij zich zelve, zeggende: Zal ik, nadat ik oud geworden ben, wellust hebben, en mijn heer is oud; en Jehovah zeide tot Abraham: Waarom heeft Sarah gelachen hierover, zeggende: Zal ik ook waarlijk baren, en ik ben oud geworden; Sarah loochende het, zeggende: Ik heb niet gelachen, want zij vreesde. En Hij zeide: Neen, maar gij hebt gelachen (Gen. 18 : 12, 13 15); daarna ook toen Izak geboren was: „Abraham noemde den naam zijns zoons, Jischack: (het Lachen)-, Sarah zeide: God heeft mij een lachen gemaakt, al die het hoort, zal met mij lachen' (Gen. 21 : 3, 6); wanneer het lachen en de naam van Izak, waardoor het lachen wordt aangeduid, deze verborgenheden niet insloot, zouden deze dingen nooit vermeld zijn.

2073. Dat „hij zeide in zijn hart" beteekent, dat Hij aldus dacht, blijkt zonder verklaring.

2074. Dat de woorden „zal eenen zoon van honderd jaren geboren worden" beteekenen, dat dan het redelijke van het Menschelijk Wezen des Heeren met het Goddelijk Wezen vereenigd zou worden, blijkt uit de beteekenis van honderd, waarover boven nr. 1988.

2075. Dat de woorden: „zal Sarah, eene dochter van negentig jaren, baren", beteekenen, dat het met het goede verbonden ware dit doen zal, blijkt uit de uitbeelding en de beteekenis van Sarah, zijnde het aan het goede toegevoegde ware, of het Goddelijk ware; en uit de beteekenis van het getal negentig, of, wat hetzelfde is, negen; het moet een ieder wel verbazen, dat het getal van honderd jaren, die Abraham had, beteekent dat het redelijke van het Menschelijk Wezen des Heeren met het Goddelijk Wezen vereenigd zou worden, en dat het getal van de negentig jaren, die Sarah had, beteekent, dat het met het goede verbonden ware dit doen zou; maar daar er in het Woord des Heeren niets is, dat niet hemelsch en Goddelijk is, is dit ook zoo zelfs in de getallen, die daarin voorkomen; dat onverschillig welke getallen in het Woord dingen beteekenen evenals onverschillig welke namen, is in het eerste deel aangetoond, nrs. 482, 487, 488, 493, 575, 647, 648, 755, 813, 893, 1988; dat nu het getal negen de verbinding beteekent, en in nog meerdere