is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

streed, nrs. 1690, 1789, 1812; en dat Hij bij de vereeniging van Zijn Menschelijke met het Goddelijke, niets anders beoogde dan de verbinding van het Goddelijke met het menschelijk geslacht, hierboven nr. 2034. Een liefde zooals de Heer had, gaat alle menschelijk verstand te boven, en is bovenal ongeloofelijk voor hen, die niet weten wat hemelsche liefde is, waarin de Engelen zijn; om een ziel uit de hel te redden, hechten deze Engelen aan den dood hoegenaamd geen gewicht, ja, als zij konden, zouden zij voor haar de hel verduren; vandaar is het hun innigste vreugde, iemand die uit de dooden is opgestaan, in den Hemel te geleiden; zij bekennen echter, dat deze liefde niet in het minst uit henzelf voortkomt, maar dat alles en elke bijzonderheid daarvan eenig en alleen uit den Heer voortvloeit; ja zelfs ergert het hen, wanneer iemand anders denkt.

2078. Dat de woorden: „Och, dat Jischmaël leven mocht voor u" anderen beteekenen, die uit het ware redelijk zijn, dat zij niet te gronde mochten gaan, blijkt uit de uitbeelding en bijgevolg uit de beteekenis van Jischmaël, zijnde het redelijke, waarover in het voorafgaande hoofdstuk, alwaar over Jischmaël werd gehandeld. Er zijn twee soorten van menschen binnen de Kerk, te weten, geestelijke en hemelsche; genen, namelijk de geestelijke, worden redelijk uit het ware, dezen echter, of de hemelsche, uit het goede; welk onderscheid er is tusschen geestelijke en hemelsche menschen, zie men boven in nr. 2069 en op verschillende plaatsen in het eerste deel; genen, namelijk de geestelijke menschen, die door het ware redelijk worden, worden hier onder Jischmaël verstaan; want het redelijk ware is Jischmaël in zijn echten zin, zooals eerder is aangetoond in de nrs. 1893, 1949, 1950, 1951; wanneer dit redelijke wordt aangenomen en begeerd door het goede, zooals hier door den Heer, die onder Abraham wordt verstaan, beteekent het het geestelijke, aldus den geestelijken mensch, of, wat hetzelfde is, de geestelijke Kerk, welker zaligmaking de Heer uit Goddelijke liefde (waarover even te voren in nr. 2077) begeerde; dit wordt uitgedrukt door deze woorden: „och, dat Jischmaël leven mocht voor u".

2079. Vers 19. En God zeide: Voorwaar, Sarah, uwe vrouw, sol u eenen zoon baren, en gij zult zijnen