is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schelijke samenleving. Het sluit niet de rijpere stadia van dit ingewikkelde samenstel in, en nog minder omvat het de practische vraagstukken, waarmee onze huidige staatslieden en wetgevers geroepen zijn zich bezig te houden. Aldus zou die studie omschreven kunnen worden als de embryologie van 's-menschen geest en instellingen of, om nauwkeuriger te spreken, als het onderzoek, dat ten eerste de geloofsvormen en gebruiken van wilden zoekt vast te stellen en ten tweede de resten van die geloofsvormen en gebruiken, welke onder de hooger ontwikkelde volken als fossielen zijn blijven leven. In die omschrijving van het gebied der sociale anthropologie ligt begrepen, dat de voorouders van de beschaafde rassen eens wilden zijn geweest, en dat zij aan hun beschaafdere nakomelingschap ideeën en instellingen hebben overgeleverd of kunnen hebben overgeleverd, welke, hoe weinig strookend ook met hun latere omgeving, volkomen passen bij de denk- en handelwijzen der ruwere samenleving, waarin zij waren ontstaan. In het kort, de bepaling stelt voorop, dat beschaving overal en altijd uit barbaarschheid is ontwikkeld. De hoeveelheid bewijsmateriaal, waarop deze aanname berust, is naar mijn meening zoo groot, dat het die gevolgtrekking onwederlegbaar maakt. Ten minste, als iemand haar in twijfel mocht trekken, acht ik het niet de moeite waard daarover met hem te redetwisten. Er zijn, geloof ik, in de beschaafde wereld nog wel menschen, die denken, dat de aarde plat is en de zon om haar heen cirkelt, maar geen verstandig mensch zal zijn tijd verknoeien met vergeefsche pogingen om zulke personen van hun dwalingen te overtuigen, al beroepen zich die aardevervlakkers en zonnecirkelaars ook tot steun van hun waanvoorstellingen terecht op de zintuigen, wat meer is dan de tegenstanders van 's-menschen oorspronkelijken staat van barbaarschheid vermogen te doen.

Zoo is de studie van het leven der wilden een zeer belangrijk deel van de sociale anthropologie. Want in verhouding tot den beschaafden mensch vertegenwoordigt de wilde een in den opgang gestuiten of liever vertraagden ontwikkelingstoestand, en een onderzoek naar zijn gebruiken en geloofsvoorstellingen geeft ons dezelfde soort getui-