is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altijd weer het droombeeld op van een gouden eeuw in net ver verleden of in verre toekomst en droomt van een zaligheid, die nimmer bestond en wellicht nimmer zal komen. Voorzoover het verleden aangaat, is het de droeve plicht der anthropologie om dien droom te verstoren,dat drogbeeld te vernietigen en den wilden staat te schilderen in zijn ware kleuren. Ik heb getracht aldus in dit boek te doen. Ik heb niets verheeld, niets verzacht, en ik hoop ook niets te hebben overdreven. Als eenvoudig verslag van een eigenaardigen maatschappelijken vorm, die spoedig tot het verleden zal behooren, kan het boek wellicht nog van belang blijven, wanneer zelfs met den voortgang onzer kennis zijn dwalingen zijn terecht gezet en zijn theorieën misschien vervangen door andere, die nader tot de waarheid komen. Want ofschoon ik nooit geaarzeld heb theorieën te vormen, wanneer die bij de feiten schenen te passen of ze weder te verwerpen, als ze ophielden dit te doen, is mijn doel in dit en andere geschriften niet geweest om hypothesen op te werpen als zeepbellen, die een oogenblik schitteren en dan uiteenspatten, maar om door een ruime verzameling en juiste rangschikking van feiten tot een breeden en sterken grondslag voor een inductieve studie van den oorspronkelijken mensch te komen.

17. DE BOTSING VAN BESCHAVINGEN.1)

De oude theorie, dat wilden van af een hooger beschavingspeil, waarop hun voorouders eenmaal stonden, zouden zijn teruggezonken, mist bewijzen zoowel als waarschijnlijkheid. Integendeel, de inlichtingen, die wij omtrent lagere rassen verkregen, hoe schaarsch en fragmentarisch die ongelukkig ook mogen zijn, schijnen toch allen op de gevolgtrekking te wijzen, dat over het algemeen zelfs de wildste stammen hun laag beschavingspeil nog van een lageren trap af hebben bereikt, en dat die opwaartsche beweging, hoewel langzaam bij het onmerkbare af, toch werkelijk en gestadig was tot op het punt, waar de wilde in aanraking kwam met de beschaving. Het oogen-

*) The Belief in Immortality, deel I, blz. 88—89.