is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blik van zulk een aanraking is een critiek moment voor de wilden. Als de verstandelijke, zedelijke en maatschappelijke afstand, die hen van de beschaafde indringers scheidt, een zekere maat te boven gaat, schijnt het, dat vroeg of laat de wilden onherroepelijk te gronde moeten gaan. De schok van een botsing met een sterker ras is te hevig om te worden weerstaan; de zwakkere bijt in het zand en wordt vernietigd. Maar als aan den anderen kant de kloof tusschen de twee strijdende rassen niet onoverkomelijk is, blijft er hoop, dat het zwakkere genoeg van de hoogere cultuur van het andere in zich op zal nemen om te blijven bestaan. Dit was b.v. het geval met onze barbaarsche voorouders, toen ze in aanraking kwamen met de oude beschavingen van Griekenland en Rome, en dat zou in de toekomst ook het geval kunnen zijn met sommige b.v. van de zwarte rassen van nu, die in contact zijn met de Europeesche beschaving. De tijd zal het leeren.

18. DE MENSCHELIJKE COMEDIE. *)

De mensch is een zeer zonderling dier en hoe meer wij van zijn gewoonten weten, hoe zonderlinger komt hij ons voor. Hij moge dan het meest redelijke aller dieren zijn, maar zeker is hij het meest zotte. Zelfs de wrange geestigheid van een Swift, die niet berustte op kennis van wilden, schoot in zijn pogingen om de menschelijke zotheid in een fel licht te plaatsen ver bij de werkelijkheid te kort. Toch is het heel zonderling, dat in spijt van, of misschien juist dank zij zijn onzinnigheden, de mensch gestadig opwaarts klimt. Hoe meer wij van zijn verleden weten, hoe ongerijmder blijkt de oude theorie van een menschelijke ontaarding. Van valsche vooropstellingen komt hij dikwijls tot deugdelijke gevolgtrekkingen; uit een hersenschimmige theorie leidt hij heilzame gewoonten af. Deze verhandeling zal tot een nuttig doel hebben bijgedragen, als zij een paar wegen heeft belicht, waarlangs de dwaasheid op geheimzinnige wijze zich verkeert in wijsheid en goed worden geboren uit kwaad. Het is maar een vluchtige schets van een heel uitgebreid onderwerp. Of ik ooit

x) Psyche's Task, 2, Voorbericht, blz. VII—VIII.