is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoudens meerdere of mindere wijziging, en veel moet worden verklaard als onafhankelijk van elkander te zijn ontstaan door gelijke werking van den menschelijken geest in antwoord op overeenkomstige omgeving. Als dat zoo is — en ik verklaar overtuigd te zijn, dat dit de eenige redelijke en waarschijnlijke theorie is — dan volgt hieruit, dat, wanneer men rekenschap wil geven van een of ander bijzonder geval van overeenkomst, dat tusschen gebruiken en geloofsvormen van verschillende rassen kan worden opgemerkt, het dwaas zou zijn zich alleen te beroepen öf op het algemeen beginsel van overbrenging öf van onafhankelijken oorsprong. Elk geval moet na een onpartijdig onderzoek der feiten naar zijn eigen karakter beoordeeld worden en teruggevoerd op het eene of het andere beginsel of mogelijk op een vereeniging van beide al naar gelang de weegschaal der waarschijnlijkheid naar de eene of de andere zijde neigt of in evenwicht tusschen beiden in blijft hangen.

Die algemeene conclusie, die de twee beginselen van overbrenging en onafhankelijk ontstaan beide als waar en deugdelijk binnen bepaalde grenzen erkent, wordt bevestigd door een speciaal onderzoek naar de zondvloedslegenden. Want het is zeker, dat onder vele verschillende volken in ver uit elkander gelegen deelen der wereld legenden van een grooten vloed worden verbreid gevonden, en in zooverre bewijs in zulke dingen mogelijk is, kan worden bewezen, dat de overeenkomst, die ongetwijfeld tusschen veel van die legenden bestaat, deels te danken is aan directe overbrenging van volk tot volk, en deels aan overeenkomstige, hoewel geheel van elkaar onafhankelijke ervaringen in verschillende deelen der wereld öf van groote vloeden öf van verschijnselen, die aan het voorkomen van groote! vloeden deden denken. Zoo kan de studie dier overleveringen, geheel afgescheiden van de gevolgtrekkingen, waartoe zij ons in verband met haar historische betrouwbaarheid kan voeren, toch een nuttig doel dienen, als zij de hitte tempert, waarmee het dispuut dikwijls werd gevoerd, door namelijk de uiterste partijgangers van beide beginselen te overtuigen, dat in dit, als in zooveel andere geschillen, de waarheid, noch geheel aan de eene, noch geheel aan de andere zijde ligt, maar ergens daartusschenin.