is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijken geest eigen, daar hij alleen door abstractie en generaliseeren wat noodzakelijk verwaarloozing van een menigte bijzonderheden beteekent, zijn zwakke vermogens zoo kan uitbreiden, dat zij een zeer klein gedeelte van de onmetelijke uitgestrektheid van het heelal kunnen omvatten. Maar al is die neiging natuurlijk en zelfs onvermijdelijk, toch is zij niettemin vol gevaar, daar ze onze opvatting over een bepaald onderwerp, dat onderzocht moet worden, benepen kan maken en vertroebelen. Om dit gedeeltelijk te herstellen want geheel herstellen zou een oneindig verstand eischen — moeten wij trachten onze inzichten te verruimen door rekening te houden met een breede rij feiten en mogelijkheden, en wanneer wij dat tot het uiterste van onze krachten hebben gedaan, moeten wij toch nog bedenken, dat door de natuur der dingen zelf onze ideeën onmetelijk ver beneden de werkelijkheid blijven.

In geen enkelen tak van wetenschap heeft misschien die neiging tot een eenvoud, aantrekkelijk maar tegelijk bedriegelijk, meer verwoesting aangericht dan in het onderzoek naar de voorgeschiedenis der menschheid; inzonderheid hebben de buitensporigheden, waartoe het werd vervoerd, veel bijgedragen om de studie van primitieve mythologie en godsdienst in een kwaden reuk te brengen. Bestudeerders van die onderwerpen stonden veel te gauw klaar om op elke theorie, die enkele feiten op geschikte manier wist te verklaren, af te vliegen om haar dan dadelijk uit te rekken, opdat zij aüe feiten overspannen zou, en wanneer dan die theorie, overmatig gespannen, onder hun onbekwame handen, zooals te verwachten was, kraakte en sprong, hebben zij die met afkeer gemelijk ter zijde geworpen in plaats van haar, zooals zij van den beginne af hadden moeten doen, te beperken tot de bijzondere klasse van feiten, waarop zij werkelijk van toepassing was. Zoo is het in onze jeugd gegaan met de theorie van de zonnemythe, die, nadat zij door haar voorstanders onredelijk was overdreven, nu reeds lang even onredelijk door haar tegenstanders geheel en al terzijde is geworpen, en in jongere tijden hebben e theorieën van totemisme, magie en taboe, om maar enkele opvallende voorbeelden te noemen, op gelijke wijze geleden door den buiten-