is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vandaar, dat hij, als het totem een diersoort is, zichzelf en zijn makkers beschouwt als dieren van diezelfde soort en_ aa n.jen anderen kant de dieren als m zekeren zm menschel.,k.. Spid*nd« over de Centraal-Australische stammen, merken de heere Spencer en Gillen op: „Iemands totem wordt juist als; elders aangezien voor hetzelfde ding als hijzelf of, zooals een mboorling ons eens zei, toen we de zaak me. hem bespraken, .^t^zende on een foto, die wij van hem genomen hadden) „is net hetze als ik zoo is het ook met de kangoeroe" (zijn totem) . In die korte zinnen is het geheele wezen van het totennsme :samengev;at: het totemisme is een vereenzelviging, van den mensch met z.jn totem,

hptzii dat een dier of een plant is of wat ook.

Zoo is het een grove, hoewel blijkbaar gewone fout om van een totem te spreken als een god en te zeggen, dat het.door^de groep ) wo aanbeden. In het zuivere totemisme, zooals we dat onder d^ustral^che inboorlingen vinden, is het totem nooit een god en aanbeden. Evenmin aanbidt iemand zijn

zijn god, als hij zijn vader en moeder, zijn zuster of broer zou aa bidden of als god beschouwen. Zeker hij eert zijn totem en behandelt het met onderscheiding, maar de eerbied en onderscheid g, die hij het toedraagt, zijn dezelfde als waarmee hij zijn vnenjn^n verwanten behandelt; vandaar dat, wanneer het totem een eet dier of plant is, hij er zich gewoonlijk, maar niet altijd van onthou den zal het te dioden of oP te eten, juist zooals hij er zich gewoonhjk maar niet altijd van onthoudt om zijn vrienden en verwanten te dooden en op te eten. Maar die zedelijke achting voor zijn gelden de vereering van een god te noemen, is een totale gods.

onjuiste voorstelling van het wezen van totemisme. Wanneer^g dienst, zooals het toch schijnt te doen, een

der vereerders inhoudt, dat het voorwerp van vereering hooger is dan zij zelf, dan kan in zooverre totemisme in het g^cdgeen g dienst worden genoemd, daar men zijn totem es en vriend, in 't geheel niet als meerdere, nog minder als g .

i) Clan.