is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewone regel is, dat de geheele groep verantwoordelijk wordt gesteld voor manslag, door een harer leden, wie ook, begaan, en dat, als de moordenaar zelf door een of andere oorzaak buiten het bereik van de wraak valt, zijn misdaad door de groep van het slachtoffer kan en moet worden verhaald op een willekeurig lid van de groep, waartoe de moordenaar behoort, ook al zou de te straffen persoon part noch deel aan den moord hebben gehad. Beschaafden menschen schijnt het onrechtvaardig toe, dat men de onschuldigen zou laten lijden voor de schuldigen, en als wi] de zaak uit een zuiver abstract oogpunt bezien, moeten wij ongetwijfeld toestemmen, dat het opleggen van plaatsvervangende straf zedelijk verkeerd en onverdedigbaar is. Niemand, zeggen wij, en terecht, behoort gestraft te worden behalve voor zijn eigen handeling en daad. Toch kunnen we, als we de feiten van het leven beschouwen, zooals zij zijn, en niet, zooals zij behoorden te wezen, moeilijk de gevolgtrekking ontwijken, dat het beginsel van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid met zijn noodwendig gevolg van plaatsvervangend lijden van het grootste nut is geweest, misschien wel volstrekt noodzakelijk, voor het behoud en welzijn van de maatschappij. Waarschijnlijk zou niets anders bij machte zijn geweest om de primitieve menschen in gemeenschappen bijeen te houden, die groot genoeg waren om het hoofd te kunnen bieden aan den weerstand van vijandelijke groepen. In den strijd om het bestaan zou een stam, die trachtte onpartijdig recht te spreken tusschen mensch en mensch naar het beginsel van individueele verantwoordelijkheid, waarschijnlijk bezweken zijn voor een anderen, die als één man handelde naar het beginsel van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Vóór de kampioenen van het abstracte recht de feiten konden hebben vastgesteld, de schuld op den waren misdadiger geworpen en hem gestraft naar hij verdiende, zouden zij ernstig de kans hebben geloopen om door hun meer onstuimige maar minder nauwlettende naburen te worden uitgeroeid.

Hoezeer dus ook het beginsel van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid in theorie veroordeeld moet worden, toch kan er moeilijk twijfel aan zijn, dat het in de practijk zeer nuttig heeft gewerkt.