is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschaard, is klaarblijkelijk het beletten van huwelijken tusschen broers en zusters. Het gevolg van een stamverdeeling in vier exogame kwarten, tegelijk met de regels, dat ieder persoon maar uit één kwartdeel ten huwelijk mag nemen en dat de kinderen moeten bebehooren tot een kwartdeel dat noch tot den vader noch tot de moeder behoort, is het beletten van huwelijken tusschen ouders en kinderen. Daar nu die opvolgende deelingen van den stam in twee, vier of zelfs acht exogame deelen met een steeds verwikkelder afstammingsregel alle kenmerken van kunstmatigheid dragen, kunnen wij met reden aannemen, dat het gevolg, daardoor werkelijk teweeggebracht, ook het gevolg is, dat er mee beoogd werd, met andere woorden: dat zij opzettelijk zijn ingesteld en aangenomen als middel om het huwelijk, eerst tusschen broer en zuster en later van ouders met hun kinderen te voorkomen.

Dat dit zoo was, beschouw ik als practisch zeker. Maar de vraag, waarom de oorspronkelijke mensch in Australië en waarschijnlijk ook in veel andere deelen der wereld bezwaar maakte tegen die verbintenissen en uitgebreide voorzorgsmaatregelen nam om ze te voorkomen, is moeilijk te beantwoorden, behalve op vage en algemeene wijze. Wij zouden waarschijnlijk dwalen, als wij veronderstelden, dat die ingrijpende verandering of hervorming ingevoerd was uit een of andere soortgelijke zedelijke antipathie tegen bloedschande als de meeste, hoewel zeker niet alle rassen in historische tijden hebben getoond. Die antipathie is eerder de vrucht dan de kiem van het verbod tegen bloedschande. Het is het langzaam opgehoopte gevolg van een verbod, dat van onheugelijke tijden af door opvolgende geslachten is overgeleverd. Te onderstellen, dat de wet tegen bloedschande haar oorsprong nam in een of anderen instinctieven afkeer van die daad, zou een omkeering wezen van de betrekking tusschen oorzaak en gevolg, en het begaan van de meest algemeene aller fouten bij het onderzoek der oudere samenlevingsvormen, namelijk deze te verklaren in het licht van onze moderne gevoelens en gewoonten, en zoo de latere voortbrengselen der ontwikkeling te gebruiken om rekenschap te geven van haar oorspronkelijke kiemen,