is toegevoegd aan uw favorieten.

Symbolen en mythen in religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spraken bij den Mensch van het Hooger Zelf ('de Christus in den mensch) en van het lager "elf, (de dier-mensch in openbaring). Hoewel deze benamingen niet toepasselijk zijn op de Godheid — willen wij ze, bij gebrek aan betere, en alleen ter wille van de vergelijking, toch gebruiken. Hier wordt dan het „Hooger Zelf" daargesteld door de ongemanifesteerde Goddelijke Eenheid, het Absolute, (Brahma, Atma) en het ,,Lager Zelf" door de eerste openbaring van het Absolute, n.1. de Drieëenheid: Vader, Zoon en Heil. Geest, — d. i. dus het allereerste Phenomenon, 't welk in Zijne verdere differentieering zelf Noumenon wordt.

Elk phenomenon is drievoudig, we weten dit uit de studie der IS. atuur en daarom kunnen wij ook bij de eerste openbaring der Eenheid niet anders verwachten dan drie Lo.goi, die in hunne volgorde overeenkomen met het drievoud in den mensch, lichaam, ziel en geest. De differentieering heeft nog niet plaats gevonden, zoodat wij beter kunnen spreken van de drie Beginselen dan van de drie „Personen", b.v. de le Logos, die dus in principe overeenkomt met het „wezen", d. i. het leven der stof. Hier is de stof nog ongedifferentieerd; ze is slechts de eerste aanleg voor stof of voor kracht, 't geen hetzelfde zegt, n.1. „gemanifesteerd oerleven".

De 2e Logos kneedt deze oerstof in vorm en „blaast haar den adem in", aldus het ongedifferentieerde leven van den len Logos tot individueel leven makend. Zoo wordt door samenwerking van het mannelijke en vrouwelijke Beginsel de Zoon geboren. Alles wordt ons duidelijker als wij — in afwijking van den regel om zich den Zoon a-ls den 2en Logos te denken, — Hem soims als 3en Logos daarstellen. De Heil. Geest is dan de le Logos. Dan begrijpen wij ook meteen de „onbevlekte ontvangenis beter, n.1. de Zoon ontstaat dan door samenwerking van het mannelijk en t vrouwelijk Beginsel in den Cosmos.

De Zoon incarneert zich voortdurend bij elke geboorte van elk wezen en het is altijd de Zoon, die het wezen weer terugvoert tot den Vader.

Plato, die, c.a. 400 jaar voor Christus leefde, nam in hoofdzaak deze beschouwingen aan en we vinden bij de Gnostikers Origenes, Clemens en anderen, dus in de eerste jaren van het Christendom, deze en overeenkomstige voorstellingen. In de oeroude \ edantische Geschriften is het uitgedrukt in de woorden

„Tat tvam asi"

Gij zijt Dat.

Symbolen en Mythen in Religie.

16