is toegevoegd aan uw favorieten.

Symbolen en mythen in religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En in den Bijbel: „In Adam sterven wij en in Christus leven wij", m. a. w. de Goddelijke natuur in den mensch overwint ten slotte. Naarmate wij ons losmaken van deze vergankelijke, lagere natuur met al hare stoffelijke begeerten, komt ons

Hooger Zelf, dat eeuwig is, — tot openbaring en verruimt

zich ons 'bewustzijn; want de Christus is Alles in alles.

Tot zoover kunnen wij inzien, dat elke religie, — mits ernstig genomen en voortdurend toegepast in het leven — een gewichtige factor moet zijn in zake karakteropbouw en dus in zake Evolutie der menschheid. Doch daar is eene groote groep van menschen, en daaronder zeer hoogstaande, die van religie, devotie, aanbidding, godsdienstig ceremonieel enz. niets willen weten; ze gelooven niet in de geestelijke leiding der menschheid als geheel en van den mensch in 't bizonder; ze gelooven in niets -wat niet tastbaar is of materialistisch te bewijzen, 't Zijn de intellectueelen; hunne Godheid is het „Intellect . Wat met het intellect niet te vatten is, wordt van de baan geschoven!

Het doet er niet toe of hunne zienswijze al of niet strookt met de onze; — hun standpunt geeft evengoed een kijk op het „Kasteel der Waarheid" en deze is van hun standpunt evengoed ■waar als de onze van ons point de vue en heeft ook recht van bestaan. Zij missen geheel en al den moreelen steun, die de religie geeft en het is een hard ding, als ze niets hebben, dat in deze de religie vervangen kan; het intellect, immers, houdt zich minder met vertroosting, verzachting en leniging van simart op en waar ze dit beproeft, geeft ze veelal steenen in plaats van brood. Dit betreft natuurlijk alleen het intellect en niet de intellectueelen, want als mensch staan ze natuuurlijk nog niet lager, omdat ze zich bij voorkeur van een onbetrouwbaar middel bedienen. Bij hen kunt ge niet aankomen met intuïtie of inspiratie, doch hoogstens met imaginatie, omdat deze in zekeren zin aan hun wil onderworpen is, meenen ze, en hier slaan ze de plank — tot hun eigen nadeel — geheel mis, — want de wil is veelal geheel onderworpen aan de imaginatie.

Ge kunt den wil opvoeden en leiden door de imaginatie, doch ge kunt niet door uwen wil de imaginatie leiden. Men wil zoo dikwijls goed en braaf zijn, maar men kan niet. Nooit kunt ge eene slechte eigenschap in uw karakter uitroeien door de kracht van uw wil; ze keert altijd terug ge kunt dit alleen blijvend doen door uwe imaginatie en daarom is de imaginatie superieur aan uw wil.