is toegevoegd aan uw favorieten.

Symbolen en mythen in religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

symbolische sterreteekens was. Tegenstrijdig dus met het 5e tablet. Bij de oude Arabische schrijvers draagt Enoch den naam Edris, d. i. de wijze, de beroemde. De Joden noemen hem de „groote schrijver'' en zeggen dat hij boeken schreef over „heilige wetensohap" en vooral over astronomie.

Van Henoch (3270 v. Chr.) wordt ook gezegd, dat hij voor elk der 12 teekens drie decanaten aannam, die zich gedeeltelijk in en buiten den Zodiac bevinden. Deze 12 teekens -f de 36 decanaten, — dus 48 sterreteekens in 't geheel, — vormen nu „het Stcrrenboek" of den „hemelschen Bijbel", zooals het door sommigen wel genoemd wordt.

Sommige oude Arabische en Egyptische schrijvers meenen dat Enoch dezelfde is als Hermes Trismegistus, (de eerste Hermes) van wien men ook zegt, dat hij de wetenschap der sterren van hooger hand ontving om ze aan de menschheid te openbaren.

In zijn boek „Astronomie" verhaalt Bailly ons, dat zeer waarschijnlijk de Zodiac in de 12 Teekens verdeeld moet zijn geworden in den tijd, dat de zon in den eersten graad van Virgo zijn Solstitium had, — d. i. toen het hoofd der Maagd zich vereenigde met den staart van den Leeuw. Hier staat juist Deneb of Denebola, eene Zon, die veel meer licht uitzendt dan onze Zon.

In een oud werk, getiteld „de Openbaringen van Methodius, bisschop van Tvrus , wordt gezegd dat Ionithus, een vierde zoon van Noach, de astronomie „uitvond", die hij van God ontving en Nimrod1) (Nemroth), de reus, — een veelzijdig geleerd man, die ook uit de eerste hand zijne wijsheid ontving, — leerde van Ionithus onder welke sterre-invloeden zijne regeering begon. Hij was de zoon van Clius, zoon van Cham. Ook in eene andere chroniek (Gothofred, Viterb. deel 3. p. 86, 87) vinden wij vermeld, dat Nimrod de astronomie leerde van Ionithus, zoon van Noach; ook nog andere oude schrijvers geven dit aan, en er wordt aan toegevoegd, dat hij tevens de „uitvinder" was der jacht, der magie en der astrologie.

I olney haalt aan, dat er in de oudheid overal eene geliefde traditie bestond van den Messias (de verwachtte of gewenschte) een goddelijk wezen, uit eene vrouw geboren, die den draak zoude overwinnen en hij toont aan, dat deze traditie geschreven staat in de constellaties zoowel als in alle mythologieën der wereld.

') Zie Nimrod. Discourse on certain passages of History and Fable vol I pag. 4, 5.