is toegevoegd aan uw favorieten.

Symbolen en mythen in religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Woordde Logos, leert ons Johannes, was de schepper der veelheid van vorm; elke vorm heeft een ander „woord" of trilling ten grondslag, — immers rhytmus is de ziel van ieder ding; zonder verschil van rhytmus bestond er geene veelheid in de Schepping.

Zoo zijn in de Cabbalah de Sephiroth als symbolen der scheppende hoofdkrachten of vibraties daargesteld en er wordt als verklaring aan toegevoegd, dat daaraan ten grondslag liggen drie oerkrachten: 't geluid, 't licht en 't getal.

Pythagoras leerde, dat de wereld door 't geluid uit den chaos was uitgekristalliseerd en gevormd volgens de grondbeginselen van de leer der muziek.

Vorenstaande figuur illustreert het ontstaan van materieele diervormen door twee op elkaar inwerkende trillingen (hier: slingers) van ongelijke trillingshoogte, wier rhytmus dezelfde blijft, doch wier uitslag regelmatig kleiner en kleiner wordt. Zie ook de volgende afbeeldingen.

Het oergeluid, ,,'het eerste woord" schiep de premordiale stof en vormde het tot oeratoom, de eerste grondtoon, die alleen waarneembaar is in de hoogste gdbieden der Elohim.

Veel wat vroeger een groote beteekenis had, heeft thans die beteekenis verloren, omdat men den modus operandi niet meer kent. Dit is zeker het geval met de muziek, die vroeger eene zoo groote rol speelde bij de opvoeding van den enkelen mensch als wel bij die van een volk; de geschiedenis bewijst het en Plato licht het uitvoerig toe, 'hoewel ook hij, geene klaarheid vermag te brengen in deze geheimzinnige kwestie. Hij en Pythagoras zeggen wel dat de onbegrijpelijke macht die er van de muziek uitgaat, berust op eene onveranderlijke wet in het Heelal, doch daarmee komen wij niet veel verder.

Of deze wet der trilling ooit weer zal ontdekt worden?

In oude tijden stonden op het verraden van dit geheim de zwaarste straffen, de geschiedenis wijst talrijke voorbeelden aan van vervolgden en gestraften, w. o. b.v. Aristoteles, die inbreuk op deze bepaling maakten. Aristoteles die bijkans in alles een tegenhanger van Plato genoemd kan worden, is het in zake den invloed der tonen geheel met hem eens.

Het tegenwoordige muzikale systeem had zijn oorsprong in Egypte, vanwaar het door Orpheus naar Griekenland gebracht en vandaar door 't Romeinsche rijk over Europa verbreid werd. De Egyptenaren hadden de modellen die de grondharmoniën daarstellen en die in overeenstemming waren met de schoone kunsten en met de Natuur, — in steen gegraveerd en niemand