is toegevoegd aan uw favorieten.

Symbolen en mythen in religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

materieele genoegens, de dochters ijdelheid. Zijn dienaren vertegenw. de stoffelijke zintuigen; zijne vrienden zijn de gaven van het intellect onder verschillenden vorm, n.1. Bildad is oordeel gebaseerd op het intellect, Eliphas is rede, rustend op schijn, Zophar is redeneering, gebaseerd op veelheid van vorm, schijngeleerdheid. Eliliu is in zekeren zin te vergelijken met Joh. de Dooper, hij voelt het verhevene van het geestelijke, hij voelt er zich toe aangetrokken, doch hij ziet slechts het vormwezen, waardoor hij geneigd is alles naar de letter te duiden, zich verliezend in een zee van mooi klinkende phrasen. Hij vertegenwoordigt in zekeren zin de orthodoxe zienswijze.

Job krijgt zijne bezittingen verdubbeld terug, m. a. w. de mensch keert rijk aan ervaring en kennis weder naar de hoogere werelden, als hij zijn stoffelijk werktuig aflegt.

Ook hier weer de oude voorstelling, die we overal gevonden hebben. In Job 1—7 is de verhouding van Geest en Stof (Satan) meesterlijk weergegeven; Geest is hier natuurlijk gemeend als gemanifesteerde Geest, — Zoon.

Natuurlijk is de persoon Job genomen in de 'beteekenis van den moreel zeer hoog staanden mensch, die, — omdat hij in zienswijze zooveel verschilt van den gewonen mensch, — door dezen belasterd en door het slijk gesleurd wordt, hier voorgesteld door zijne kwalen. De vier berichtgevers zijn de vier elementen of, als men wil, de vier agregaten der stof, die het de ziel (Job) moeilijk maken het Causale te zien achter het schijnbaar-reëele.

Moreele volmaaktheid is zonder twijfel in één aardleven onmogelijk te bereiken, vooral als er sprake is van alzijdige volmaaktheid gepaard met het behoud der eigen Individualiteit. Vandaar de noodzakelijkheid der herhaalde wedergeboorte in een ander tnenschelijk lichaam. Dit moet zelfs „Mercurius" begrijpen, als hij slechts logisch redeneert en zich niet op een vooringenomen standpunt plaatst.

Wat wij in dit leven ontwikkelen aan goede en slechte eigenschappen, wordt de grond van ons karakter in de volgende incarnatie. Zoo is de mensch de maker van zijn eigen lot, dank zij de thans vrijwel algemeen aangenomen Universeele „Wet van Oorzaak en Gevolg".

Wanneer het moreele peil niet evenredig stijgt met het intellectueele peil der menschheid, dan dreigt er groot gevaar; want als men eenmaal het middel gevonden heeft om de atomen van zekere elementen (o.a. van Uranium) te ontbinden in de samenstellende etheratomen, dan is de tijd gekomen, dat de