is toegevoegd aan uw favorieten.

Het standpunt der orde van Vrijmetselaren ten aanzien van het aannemen van candidaten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alsof zulks niet een vanzelf sprekend feit is, want iemand van berispelijken levenswandel komt natuurlijk zelfs voor een candidatuur niet in aanmerking.

Ten onrechte verneemt men, dat het voldoende is als de levenswandel van den candidaat beantwoordt aan de maatschappelijke begrippen van fatsoen, terwijl het er op aankomt of het leven van den candidaat zich bewoog in de richting, zooals men dat van een aanstaand Vrijmetselaar verwacht en of zijn levenswandel van eenige magonnieke gezindheid blijk geeft.

Van nog meer, ja, van het grootste belang is de levensopvatting van den candidaat. Daarom verklaarde het Hoofdbestuur in zijn circulaire van 17 September 1910: „De vraag, die telkens gesteld moet worden is deze: Heeft de candidaat blijken gegeven van een gezindheid, die hem een waardig lid der Orde kan doen zijn? Die vraag kan alleen beantwoord worden, wanneer men weet of hij belang stelt in de groote levensvragen, telkens aan de orde gesteld op maatschappelijk, zedelijk, paedagogisch, godsdienstig gebied. Maar belangstelling alleen is niet voldoende. Het onderzoek moet ook daarop gericht zijn, te weten te komen welke denkbeelden de candidaat voor zich zeiven heeft over de genoemde onderwerpen. En kenmerkend voor zijn levensopvatting zullen zijn zijn meeningen over 's menschen roeping als staatsburger, als echtgenoot, als opvoeder, als lid der gemeenschap."

De candidaat moet dus niet alleen belangstelling koesteren in het gebeuren om hem heen, zoowel in den eigen engen kring, als ruim daarbuiten, maar hij moet over de levensvragen hebben nagedacht en hij behoort tegenover het menschelijk leven in zijn groote verscheidenheid te staan met een gezindheid, die ik niet beter kan aanduiden dan als een ma?onnieke.

Van veel beteekenis ter beoordeeling of de levenswandel en levensopvatting van den candidaat zich bewegen in magonnieke richting, is zijn levensbeschrijving, die hij aan de Commissie van Onderzoek moet overleggen. Ook ten opzichte van dit stuk heerscht nog bij zeer veel Commissies een onjuiste opvatting. In veel gevallen toch volstaan de candidaten en nemen de Commissies van Onderzoek genoegen met een zakelijke beschrijving van hun leven; na vermelding van het genoten onderwijs volgt een opsomming van betrekkingen, die zij hebben bekleed; hunne verschillende standplaatsen en de zaken,