is toegevoegd aan uw favorieten.

De tooverspiegel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de godheid, van wie men hulp of voorlichting verwachtte, werd aangeroepen behoeft nauwelijks vermeld te worden.

Als spiegelend oppervlak deden verschillende voorwerpen dienst en naar dit hulpmiddel werd de methode genoemd. Zoo vermelden de Grieksche klassieken vooreerst het gebruik van een gewonen spiegel, toentertijd bestaande uit een gepolijste metalen plaat; zij spreken dan van „katoptromantie".

Nog meer in trek was wel een spiegelend watervlak. Het eenvoudigst was het hierbij gebruik te maken van eene natuurlijke wateroppervlakte, bijv. van een bron of een put.

In den tempel van Demeter te Patras werden deze methoden zelfs gecombineerd. Men liet daar een spiegel aan een koord in de heilige bron zakken totdat de onderrand van den spiegel de oppervlakte van het water aanraakte, daarna richtte de ziener zijn blik op den spiegel.

Ook gebruikte men een schaal gevuld met water, soms met een mengsel van olie en wijn. Bij voorkeur werd deze in een donker vertrek, bijv. 's avonds, op een laag tafeltje geplaatst, terwijl drie fakkels of lampen eenig schijnsel op het water wierpen.

Ook werd gebruik gemaakt van een kristal, hetzij een stuk bergkristal of eenig edelgesteente. Dit werd eenvoudig in de hand gehouden of het werd neergelegd op een stuk donkere stof.

Nog eenvoudiger was de methode der „onychomancie , waartoe de nagel van een vinger met wat olie werd bestreken.

Deze methoden, die reeds dateeren uit de grijze Oudheid, zijn tot in onze dagen blijven voortleven. We vinden dat ze voornamelijk nog in landen buiten Europa worden toegepast. Vooral uit Indië en Egypte zijn daaromtrent allerlei verhalen tot ons gekomen, die vaak aan het wonderbaarlijke grenzen. Maar ook uit andere hemelstreken, tot zelfs van eilanden uit den Grooten Oceaan, wordt het gebruik van den tooverspiegel vermeld. Hij schijnt vooral gebruikt te worden om dieven op te sporen en verloren voorwerpen te ontdekken.

In Europa schijnt de tooverspiegel tegenwoordig in onbruik te zijn. Maar in de middeleeuwen deed hij nog wel dienst. Echter was hij toen niet in handen der priesters, want die

172