is toegevoegd aan uw favorieten.

Almacht of Bouwmeester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan alleen voor hen, die uitgaan van het oude Almachtdogma, dat zij niet durven prijsgeven, en die daardoor hopeloos in strijd geraken met de werkelijkheid van de maatschappelijke, psychische, physiologische en physisch-chemische verschijnselen. Zoolang theologen dit standpunt vasthouden — en dit is ook onder modernen nog regel — komen zij, die den zoekenden en vragenden mensch de wegen van den Bouwmeester hebben te wijzen, zelf tot vraagteekens wier verklaring zij verleggen naar een hiernamaals, èn — zij zoeken in ramp en ziekte, ja zelfs in zonde, dood en oorlog een bedoeling om hun Almacht te begrijpen of staande te houden.

En dit is moreel en vooral maatschappelijk niet ongevaarlijk; want hoe goed de bedoeling ook moge zijn, wie door deze met de realiteit der dagelijksche levensverschijnselen in disharmonie komende beschouwing zich laat leiden, zoekt in de kwade dingen, die met het plan van den Bouwmeester strijden, een bedoeling van zijn God. En wie meent, dat daarin iets kan liggen door Gods beschikking gezonden tot eenig nut, hij zal nooit met die overtuiging en intensiteit deze dingen tegengaan en opwekken ze te bestrijden als hij, die weet dat zij onvoorwaardelijk strijden met God; dat zij niet komen van den Bouwmeester, wiens werk door deze dingen wordt afgebroken.

Om nu een voorbeeld te noemen, waarmee ik op mijn uitgangspunt terugkom. Wie in een Almacht gelooft, vindt, als hij in zijn wereldopvatting den oorlog moet plaatsen, öf geen uitweg, öf hij zoekt naar een bedoeling; hij ziet alle ellende en zonde en kwade gevolgen voorbij om maar te vinden öf de straf öf de regenereerende kracht öf goede gevolgen, waartoe de oorlog toch door zijn Almacht kan zijn gezonden of toegelaten. Daardoor zal hij ongewild een verzwakkenden invloed oefenen op de bestrijding van die volgens hem door de Almacht bedoelde zending, en hij steunt door zijn geestelijke opvatting — hoe goed zijn bedoeling ook moge zijn — toch indirect hen, die in den oorlog iets noodzakelijks zien en die met lauwheid