is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de orde der Rozekruisers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. DE HERLEVING DER ORDE IN DE XVIIE EEUW.

Paraeelsus had voorspeld dat „Elias Artista. een wonderbaar wq7. en. na hen zou komen, dat vele ding era onthullen zou." Deze zou de- omzetting van alle metalen leeren, en alle wetenschappen, die thans bedorvie,n waren, herstellen. Figulus die in 1604 aan Keizer Rudolf II zijn „Thesaurinjella chymica aurea tripartita" opdroeg, profeteerde ook de komst van Elias Artista. Erne hervorming van alle dingen werd door velen verwacht, naast de godsdienstige hervorming. Mem hoopte weldra den wereldvrede, en het duizendjarige rijk te bereiken.

De Rozekruisers zochten aansluiting met alle alchemiste.li en zoekers deir waarheid. Barnaud (1535—1601) een Fransch Rozeikruiser, vertelt dat hij sedert 1559 in alle landen van Europa reisde om de liefhebbers der chelmfc op te zoeken, ep hun zijne politieke ideeën medie te deelen. Hij begaf zich eerst naar Spanje, waar de Ilozékruisers gedachte belichaamd was in de Alumbrados, of verlichten, illumi naten. Doch dit land had toen geheel het licht verloren. da!t het bestraalde ten tijde van die Arabieren, toen G e b e r, Avicenna Rhases en Aveirrhoës (1126—1198) er in hun scholen van Toledo, Salamanca en Barcelona de alchemie, magie en astrologie onderwielzen.1) De Alumbrados waren in 1529 door de Inquisitie vervolgd geworden te Toledo, waar Ludovico Vives, een geestesheld, werkzaam in den geest van het Rozek'ruis, het humanismie van F.rasmus (1467—1536) verkondigde.2) De ketterij was echtter groot geblevein in het Spanje der XVIIe eeuw. In het ,/W assenaers Historisch Verhaal" van 16243) lezen wij, Kdat de Rozekruisers (di. de Alumbrados) een vuur z'ijln, dat gejheel Spanje zal verteren"; zij profetaeren eien algemeen ge-

*) Zie Basinus ,„Diècultibus magibus".

2) Dr. M«yer, „De Rozekruisers of de Vrijdenkers der XVIIe eeuw", Haarlem 1916.

3) BI. 120 en v.

voelen (religio Catholica) *) en datiedea* onverstoord zijn godsdienst zal mogen bedienen."

Xa een vruchteloos vejrblijf in Spanje reisde Barnaud in 1590 in Duitschland, om er de Hertnleiische meesters te beizoeken. In 1601 liet hij te) Gouda een brief drukken aan alle wij sgeieren in Frankrijk en Holland gericht, hen verzoekende al hunne/ kunsten, om den steen der wijzen, of het universeel gereesmiddel te leeren samenstellen, door Paraeelsus „astrorum celestium varum balsamum" gehaeten, aan Hendrik IV en 'Maurits van Nassau bdkend te maken, maar alleen indien zij beJoofdietn deel uit te maken van de vereeniging, dipi hiji. Barnaud, in Frankrijk tot stand gebracht had. Kiesewetter en Dr. Meyer2) besluiten hieruit, dat Barnaud zijn op^ roep in werkelijkheid tot de Rozekruisers richtte, wat voor de hand ligt,daar de Orde niet openlijk optrad, en da voornaamste vereeniging was van alchemisten en hertiietisiten.

Uit dezen oproep blijkt ook voldotefide, welken openlijken steun de alchpimisten van de staatshoofden genoten, Katsch deelt ons in zijn werk, „Oio Entstehung und der wahre EndzWeck' der Freitnaurerei'', de naimein der volgeinde Duitsche vorsten mede, die alchemisten in hunnen dienst aangesteld hadden : Ernestus van Beieren, F r ader ik van Wur tem berg, Ha'ndrik van Brunsw'ijck, Maujrits van Hessen. Semler verklaart, dat de keurvorst van Saxen sietdert 1575 zelf het geheim der translmulatie keilde.. De kiefeer Rudolf II (1576— 1611) onderhield ook persoonlijke) betrekkingen met Rozek'ruisers, alchemisten en adeptein; als doötjoren had hij de Rozek'ruisers Gerhard Dop, Thad-

!) ,,Religio catholica'''; deze woorden, die algemeene religie bteduidend, heeft men soms met recht ook gelezen in d(3 letters R, C. der Rozekruisers.

2) D r. M e y e r, De Rqzekruisejrs pf de Vrijdenkers der XVIIe eteuiw", Haajnlem 1916. , , ,