is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de orde der Rozekruisers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Rozckruisers noemen hun slrev'cn een „Kunst" of ©en „Mysterie", bevoel'end door de Brahmanen. N u m a Pompilius, Zoroaster, en de Wijzen. die liet kindje Jezus kwamen bezoeken. De oudste mafonntieka termien luiden voor ons „Art" en Mystery".

De benaming N o a c h i d e u. die in het tweede Gonstitutieboek en enkele ma?onnSeke graden voorkomt!, was reeids in gebruik bij de Rozenkruisers. Zij zeggen: .„.De Adamskinderen zijn uit Gods mond ingelicht en vla Noach is de oudste reinste leer tot ons gekomen. We est volgers der reine Godsleer. of Noachide,n, d.i. verkondigers der mondelinge leer van God dn de natuur, want God laat Adam alles zien en noemen." F1 u d d spreekt van de Noachiden in denzelfden zin als Comenius, de Dooper-biisschopi, die zei':: „Wanneer de booze wereld met water wordt overstroomd. treedt dan gij als zonen van Noac'h in de Arkl die u de'n lieer zal aanwijzen."

De diepere toeteekenis der Hiramlegende der oude Vrijïnetsolaars was reeds den Roze kruisers bek' -nd. Op het titelblad van Maier's „SepEmanaPhilosopliica" (et Arabiae Regina Saba, nee non Hyramo, Tyri Principe), z'it Koning Salomo met de Koningin van Saba rechts en Hirani linksy hun zijne .aenigmata (raadsels) mededeelend. Hiram. gadood door de onwetendheid, de leugep en de heerschzuchl. en Christus, di;e den tempel der Menschheid to Jeruzalem wilde stichten1, waarvan Salomo's tempel het profetisch voorbeeld was. hebben in dein grond dezelfde beteekienjs.

Het symbool van den pelikaan die sfich de borst opent om zijne jongen te voeden (de visschen uit zijn bek halend), heeft eerïe hermetische b. ileekenis en stelt voor het Eeiïe, zich 20venvoud'ig openbarend, het Licht de zevenkleurige stralen verspreidend.

Het „Summum Bon urn" schrijft Katsch (passim) bevat het oerbeeld en ideaal der Vrijmetselarij, het programma., waarop deze zich uit de Rozekruiseirsorde ontwikkelde. Als men den schrijver Frisius vraagt: 5VZijt gij Rozékruiser?" zegt hij: „Dat heb ik weliswaar niet verdiefnd, doch die zeigen hangt af

van Gods gettiade." (Rom. 9, 16); m.a.wl „Ik ben het niet, in zooverre ilemand oqit geheel volmaakt wiordt, maar mijne Broeders noemen mij zoodanig."

Buhle besluit dat de voltooiing der beweging, die van de Roz.ekruise.rs uitging en aan de Vrijmetselaars de verborgen wijsheid en het ondterzoek van het werk Gods in de natuur als grondlegging gegeven heeft, zich voltrokken heteft tusschen de jaren 1633 en 1646. *)

In 1638 publiceerde Adamson zijne „Muses Threnodje", waarin deze woorden voorkomen:

,,'Want wij zijn Broeders van het

Rozekruis,

het mafonnieke woord en het tweede gezfcht beziLtend."

Nü houdt Waite wel vol te-gen Buhle: „The Freemasonry has niever been an associalion for scieotifical researches nor claims tot possession of any transcendental socrets of alchemy; itwas originaly an associatiion for diffusion of natural moraliity, now simply a benefit society."

Prof. Bolland geeft het antwoord op deze opwerping in zijne „Orphische Mysteriën": „Bij dein overgang van het Rosicucianisme tot de Vrijmetselarij, heeft de symbolentaal dier bouwkunst, die der alchemie doen wijken. dewijl deze deed dlejikien aan een afkomst, die men meier en meer ontveinsde. Meer en mleier werd de Rozekruiserij en hare on-Engelsche vrijzinnigheid (?) verloochend, en eenzijdig Meld men een bouwkundig symbolisme aan. dat weliswaar al had medegedaan in de Rozekruiserij1 zelve, doch dat nu kon dienen tot voorspiegeling eener afkomst met ouderwïïtsciie Engelsche braafheid. Het lijdt geen twïjf.el, dat de afleiding van de Vrijmetselarij der XVIIe eeuw uit de oude Engel sche bouwvereeniging een mystificatie is, etn dat zij eene nieuwiervVetsch.e; beoefening van het oude Mysterje'wezien zal zijn geweest, die door de Nieio-platonischej belezen Rozekrujsers dei" XVIIe eeuw aan den gang was gebilacht."

Het inwijdingsrituaal der Vrijkneitse-

!) Zie hierbioveoi bl.4j, \