is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de orde der Rozekruisers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII. DE GOUDEN ROZEKRUISERS.

Vanaf de tweiede helft van de XVIje eeimv, mjeldt de geschiedenis het bestaan van Gouden RozekTuisers. F1 u d d schreef dat de Broeders verdeeld waren in twee klassen: de eerstien heetten AureaeGrucisFr a#t r e s; de tweeden Rosae Crucis Fratres; de eelraen. waartoe Fludd behoordet, waren theosofen, de anderen hielden zich meer bezig met aardsche dingen. Deze uitlegging wordt door S é d i r gegeven Julianus de Campis („Sendbrief") onderscheidde de Rozekruisers van de theologen door hen theosofen Ie noem; ,n, in den zin van ondogmatische Christenen, enkel steunend op de le?r van Christus, zooals deze in de Evangeliën opgeschreven werd. De Aureae Crucis Fratres waren aldus die broeders, die meer die mystiek beoefenden, en da gewone Rosae Crucis Fratres degenen die zich meer met natuuronderzoek bezig hielden. Het goud had bij de alchemisten de symbolische beteekenis van reinheid en lichl.

De naam van „Aureae Crucis" wordt soms ook b.v. door Kieselwetter, gegeven aan heel de Rozekruisersveneeniging. Wij zagen reeds dat er van Maicr een manuscript bestaa?, *) waarin hij zegt dat in 1570 het Genoot schap van oude Magische Broeders, of „Wijze Mannen", herleefde onder den naam van Broeders van het Gouden Rozek'ruis. Opmerkelijk is dat Maier zelf het woord „Gouden" gjelbruikt in den til,el van verschillende zijner alchemistische- en Rozekruisersboeken: „Symbola Aureae", „Tripus Aureus" en „Themis Aurea."

Madathanus schreef in 1621 als „Theosophus Medicus et tandem Dei gratia aurae crucis frater", zijn „Aureum seculum redivivum" (Geschiedenis der Gulden eeuw), waarin hij trachtte het werk van Boehmie te vereeinigen met dat der Hermetisfcn. In dit werk zien wij eene nieuwe poging om die tw^e richtingen, bij de Rozekruisiers aanwezig, ineen te doen smelten.

i) Zie bi.2^.

Dr. Hartmann houdt zich bijzonder bezig met de Gouden Rozekruisers, Waarvan hij de „Geheime Symbolen" uitgaf, en waarover hij in zijn wijsgeerige roman „With the Adep'ts" schreef. Heft eerste w'erk is eene vertaling van e^ne uitgave in 1785 te Altona in heit licht gekomen, welke reeds gedrieltelijk in 1625 verscheen onder den ti'tel „Ein güldener Tractat vom Philosophischen Steine. Von einem noch Lebenden, doch ungenanten Philosophen, den Fili:sdoctrinae zur Lehre, den Fratiibus aureae Crucis aber zur Nachrichtung."

M o r m i u s weet ons ook iets te vertellen van de Gouden Rozekruisers. Hii schrijft, dab hij in 1630 te Levden kennis maakte met een stokouden man, R o s e geheeten afkomstig uif Dauphiné, lid dier Gouden R. C., die volgens hem maar drie leden telde. Mormius Werd zelf geen lid van de Orde, maar wel R o s e ' s vertrouwensman, en zocht w'at hij van hem leerde op zijn reis naar deii Haag met Woeker aan de Staten -Generaal t'e verkoopen. Dtezr gaven geen gehoor aan zijne kunsten; daarop maakte Mormius zijne arcana bekend, (welke waren: perpetuum mobile, rectus et circularis quadruplex, en helmiddel om geringe metalen in edelere om te zetten) door het uitgeven van het Werk „Arcana totius na t u ra e secretissimae a Collegio Rosiano inlucem produntur", 1633. Indien wij eenige waarde mogen hechten aan de gezegden van Mormius en Rosé zelf, hebben wij hier te doen met eerue andere inrichting van Gouden Rozekruisers, Welke niet de mystiek op den voorgrond hunner beschouwüngen plaatsten.

Op grond der bewteringen van O rv i u s, waren er in Nederland ook Gouden Rozekruisiers. Dit kunnen wij althans afleiden uit de volgende verklaringen:

De begroetingswoorden, tevens een )herkenningsteeken der Rozekruisers Orde, waarvan Orvius tevergeefs zocht lid te wlorden. waren: „Ave Frater-auraae et Rosae Crucis-benjejdfctus Deus