is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de orde der Rozekruisers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Orde te Berlijn en klort daarna tte Postdam, wiaar zij in 1782 hare kroon ontving door de receptie van dien kroonprins Frederik Willem.1)

De Rozerkuisers bestreden F red ■:>rik den Groote, als zijnde te liberaal. zich aldus geen goede opvolgers toonehdle van hunne geestelijke voorvaderen. Frederik, Üle beschermer der Duitsche Vrijmetselarij, slierf ilweemaaiïde(Q na het opmaken van zijne Constituties der Hooge Graden, waarin ook een Rozekruisersgraad opgenomen was, gedagfjeekend van Mei 1786. Zijn opvolger, Frederik II, als kroonprins onder dien naam van Ormesus Magnus tot Rozekruiser gemaakt', wilde enkel hooren van deze Orde, terwijl zijn minister W ö 11 n e r. Grootmeester der Grootloge ,,Zu den drei Weltkügeln" evenfeens als Rozekruiser ingewfijd vol ijver de 0rdj3 te Berlijn ingevoerd had. Nog hetzelfde jaar, den 16 Juli 1786,

!) Moeilijk te plaatsen in het' verband van mijn opstel is de inwijding als Rozekruiser van den keizer Frans I, in ©en opzettelijk daarvoor geslicht Kapittel te Bayreuth, door Prof. Bolland vermeld in zijn werk over „De Vrijmetselarij." Datum van aanneming en bron van inlichting worden door hem niiet opgegeven. Vermoedelijk werd Frans I onder de Gouidjen Rozekruisers opgenomen. In 1731 was hij als hertog van Loh tharingen te 's Gravenhage onder voor^ zitterschap van den graaf van Chesterfield, door een deputatie van cfeai Engelsclien Grootmeester lord Lovel, later graaf van Lieicester, (waaronder Desagukiers) tot leerling en gezel aangenomen geworden. Later werd hij te Londen als Br. Lotharingen tot meester bevorderd.

Frans I wlas een overtuigd begunstiger der Vrijmetselarij, niettegenstaandie zijne gemalin, de keizerin Maria Theresia, hare bijeenkomsten in 1764 ten sl'rengsfte verbood. Hij overlfced in 1765. Zijn broeldter Karei van Lotharingen (overl. 1780), Gouverneur Generaal der Oostenirijlksche Nederlanden, werd! eveneens in eene Nederlandsche loge tot vrijmetselaar ingewijd en beschermde openlijk de Orde in België, wlaar hij zielf drie loges oprichtte'.

droejg Frederik II op d'e Conventie van Wilhelmsbad eene memorie voor, otn eene geheime vereeniging tusscheii de Duitsche Vrijmetselarij en de Orde dier Rozeikruisers voor te stellen, welkje mjemorie bekroond w,erd.

Wöllner gaf in 1788 zijn religieus edict uit, waardoor iedereen onderworpen 'werd aan de dogmatiek der kerk. De Illuminalefn, geleid door N i c o 1 a i. verzetten zich tegen hel edict, maar hunne geschriften werden in beslag genomen.

Intusschen had in de Ordie zelf eenie reorganisatie plaats gevonden. Daar de broeders te veel het Paqergon op dien voorgrond brachten, wierfd hun in 1775 het alchemistisch werk verboden, en in 1777 wjerden zij vermaand niet Mammon, maar liet Rijk Gods te zoeken. In Oostenrijk mjeende de Keizer Jozef II het noodig in 1785 zelf eene verordening teg:en hen te verkondigen. Eiene poging werd nu te Weenen in 1786 gedaan om de Rozekruisers wier ster verbleekt was, te doen herleven, door M e s m e r aan hun hoofd te plaatsen. De troonsbestijging in 1790 van Leo pol d II, een vriend van de alchemisten, gaf ook weer nieuwe hoop. Doch in 1792 werd de uiterlijke beweging der Rozekruisers op bevel van het Vice-generalaat opgeheven. In Zuid-Duitschland was reeds in 1787 een gebod tot stils'fand verkondigd. In het Noondien van Duitsdhland, waar de Ortde zich uitgebreid had onder den invloejdi van Frederik II en den Prins Frederik van Br<unsw ij k, hield zij nog eenigen tijd stank!; maar na dein dood van den köning, in 1798, ging daar de M a conn iet e -tR oze kruisersbieweging ook te niet.

Een ander Itozekruiserslicliaam van diep tijd wend gevormd door de A s i a £ische Brüde r. Het was een uitspruitsel dier Gouden R. C., opgericht in 1782 door den hofraadi v o n E c k e r, een uitgestoten lid der Oride. Hij wis'ti enkelen te wlinnen voor zijn stelsel, dat in Oostenrijk ook aanhangers vond. De naam der vereeniging is te danken aan de „zeven onzichtbare kerken in Azië"* aan wier hoogwijze bestuurders" de leden blind vertrouwen beloofden. Tot dit stelsel behoorde Üie Prins Karei van Hessen, dien wij zullen terugvinden als 'beschermer van den Graaf