is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de orde der Rozekruisers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Xb. DE ROSEKRUISERSGRAAD IN DE NEDERLANDSCHE VRIJMETSELARIJ.

De Rozekruisersgraad zou rceids in 1750, uit Engeland komend, zijne intrede in de Nederlandische Vrijmetselarij gemaakt hebben volgens Schiffmann Wiens bewering ik niet heb kunnen na-« gaan. J. Helder, de schrijver van < ene „Studie over Mafonnieke Rit.ual'en in Nederland en 0e Koloniën" (Zierik'zeo 1901), zegt van zijn kant, dat deze graacf te Maasltricht rond 1780 ingevoerd werd1 in eene Schotsche loge van Hermetisch karakter, besltaande uit militairen. Dit gaf aanleiding tcrt eene refclamatie van de andere Loge uit Maastricht, welke ingediend werd! door hare afgevaardigden bij de GrootiLoge der Zeven V«re'enia,de Provinciën. De klacht luidde, dat „,eehige Broeders zich noemende Rose - C j~o i dewelke zich zekere superioiriteilt aanmatigen en min of meer w'anord'o teweleg brengen in de gewtoontejn der ordinaire Loges der Blauwe Maconnieke. Reclamanten verzocWten inlichting, hoe zich dienaangaande te gedragen. Het oordeel van de Groot-Loge was overeenkomstig een vroeger genomen be/sluit, betreffende de Schotsche graden, waartegen do gewone vrijmetselaren ook eeir^t gereclameerd hadden: ,.In aanmerking nemend het geresolveerde in dato van 18 December 1757, waardoor alle Orders, zich noemende EIus, Ecossais, enz. in hunne waarde gelaten werden, doch gesepareerd van de aloude Vrijmetselarij met drie itrappen uit Engeland ontvangen, is goedgevonden zich daaraan te con formeer em."

Weldra zou eene poging volgen, uitgaande van d'e Orfde der Franciscanen om de Nederlandische Vrijmetselarij, door middeli van de Hooge Gradefn. onder d-3 auspiciën van Rome te brengen. Dit is hel oordeel van v. Meeteren Brouw e r, die er volledig licht over verspreid heeft in zijne belangrijke Studie: „Bouwstuk betreffende het historisch overzicht

*) Zie „Union Fraternelle". 1903 no. 30.

van het ontslaan en de samenstelling van het Hoofdkapittel der Oppergnakfcn in Nederland."

De schrijver stelt er helt volgende in vast. In he.t Kapittel „Concordia V i n c i t Animos" te Amsterdam, opgericht in 1755. krachtens een diploma te Edinburg uitgegeven, t n erkend in 1777 als Schotsche loge, was eene verbazende verzameling van graden binnen hare poorten veretnigd, als die van Volmaakt Meester, drie Schotsche graden (leerling, gezel cin meester). Groot Scliotsch Meesterschap, Elu of uitverkoren, Ridder van den degen, Ridder van het Oosten, Prins van Jeruzalem, Ridder van het Rozekruis tot den vierden graad en Jonathan en David.

De voorzitter en bestuarsl den van diö kapittfel. Bolt, Diepves i en S I. o 11 stonden in dienst van Romte, en in betrekking met de pauselijk1» gezanten Mir cheli en Bombalduini, „Grootmeestersgevolmachtigden van de Orde van Jonathan en David en Jezus Christus". Boll en Diep vest kregen van dezen de machtiging om in 1788 fe Amsterdam een kaJ pit lel van „David en Jonathan en Jezus Christus" op te richten, alsmede een kapitfel van den Arend en den Pelikaan onder de benaming van „C r edentes vivent ab Illo" (Die gelooven zullen door Hem leven). Bolt werd als Groot Meester van de beide kapittels benoemd en werd bevestigd door den Paus Pius VI.

De nieuwe kapitjtjels warden geplaatst onder de vleugels van het kapittel ,Concordia Vincit Animos". Hun doel wlas de hooge graden dioor het Katholicisme te beïnvloeden; en misschien is de veronderstelling van van Meeteren Brouwer niet uitgesloltjem, dat aan dezen opzet de handen der Je/zuïten niet vreejmd, waren gebleven. Het blijkt ech'ler uit het diploma van aanstelling van Rolt* dat de Oi'dc van David en Jonathan eene andere benaming \Vas voor de Orfde der Franciscanen, die na verschillende scheu-