is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief aan Prof. G.J.P.J. Bolland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wahrheit" bevatte. Ge hebt er Kant-allures van een „Alleszermalmer" in aangenomen. Ge hebt die rede eenige malen herhaald, met wat gescheld vermeerderd — Kalumniator!

Ge hebt een aantal oordeelvellingen uitgesproken over partijen en groepen, die het gedocumenteerd weerleggen er van blijkbaar niet eens de moeite waard vinden. Maar omtrent Joden en Jodendom hebt ge een aantal feitelijke mededeelingen gedaan. Die mededeelingen zijn leugens! En het is noodig, dat aan te toonen. Niet voor u; gij zult vermoedelijk wel bij uw leugens blijven zweren. Maar er zijn in ons land een massa menschen, die zeggen: Prof. Bolland zegt het, dus zal 't wel waar zijn of zal er wel een boel van waar zijn ! En heel velen zijn er, bij wie het sluimerend antisemitisch gevoel er door wakker wordt; en die dan in „bewonderenswaardige naïveteit" met allerlei andere malligheden bij zich en anderen komen aandragen; de onzinnigste dwaasheden komen vertellen ■— alles eigen ervaring natuurlijk —; en alle sociale en maatschappelijke vaardigheden aan de Joden en de uiterste sociale en maatschappelijke ongeschiktheden aan zich en hun mede-niet-Joden toeschrijven.

Al die mededeelingen hebt ge niet van u zelf; ge hebt de leugens niet verzonnen. Maar ge hebt ze doodgewoon uit antisemitische boekjes gehaald. Ge hebt natuurlijk niet zelf de Joodsche bronnen vervalscht, want die kent ge niet. Ge zegt, dat ge er zooveel van weet. Maar dat is een leugen! Wel zegt ge blz. 11 van uw rede zoo langs uw neus weg: „De schaamte„loosheid, om met den Talmoed te spreken, neemt dan ook „toe; vermaning helpt niet meer, grijsaards worden beschaamd „gemaakt door knapen; de zoon ontziet zich niet meer voor „den vader, de dochter verheft zich tegen de moeder en „men heeft tegenwoordig zijne vijanden aan eigene huis„genooten; het voorkomen der samenleving is hondsch ge„worden." Dat moet zoo bij het begin den indruk wekken, alsof ge den Talmoed kent. Maar ge hebt die Misjna-plaats Sota 9:15 niet uif den oorspronkelijken tekst geciteerd, want dan hadt ge niet foutief vertaald, en het mozaïekgebruik van Micha 7 : 6 niet vergeten; doch uit een secundaire bron.

Neen, ge weet niets van het Jodendom en zijn leeringen en zijn ethika; ook niets van de Joden en hun geschiedenis.