is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief aan Prof. G.J.P.J. Bolland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien! Toen Ester, zoo verhaalt de Talmoed (Meg. 'ja), aan Israëls leeraren het verzoek deed, den feestdag wegens de door haar gekomen redding tot een blij ven den feestdag te maken, antwoordden zij: Zoudt ge daardoor niet een vijandschap van de volkeren opwekken tegen ons (dat ze zullen zeggen: wij verheugen ons om hun val) ? En Ester antwoordde : het feit is er tóch! de historie staat reeds beschreven in de Kronijken van Perzië! daar kunnen ze 't lezen.

Bolland blz. 21 Fritsch blz. 83.

De Joodsche God is dan ook Ihr Gott... alle übrigen

een God der wrake. Völker waren. .. Gegen-

stande ... seiner Rachgier (citaat uit v. Radowski, dien ik niet ken; misschien is dit citaat niet gefingeerd).

Blz. 195. Jhv... ist der unverfalschte Hebraer, ein getreues Abbild von dessen Hass- und Rachgier (citaat van Fritsch zelf).

Speelt ge, Prof. Bolland, den Christelijken theoloog, die, om het Christendom mooi goudgepenseeld te laten uitkomen, het Jodendom met donkere en zwarte kleuren schildert en zijn waarheid met leugen meent te kunnen dienen ? Wel neen! Ge zijt eenvoudig de antisemiet Bolland, die den lasterenden Fritsch — of wellicht een dergelijk ander boek — als wijsheidsbron voor uw wijsgeerig college bezigt.

Want natuurlijk liegt Fritsch en dus ook gij weer! „God genadig en barmhartig" (Ex. 34 : 6 en passim), „God is goed en zijn barmhartigheid strekt zich uit over al zijn schepselen" (Ps. 145 : 9), „en genadig zal Ik zijn voor wie Ik genadig ben en barmhartig voor wie barmhartig" (Ex. 33 : 19) — met dergelijke citaten, waaruit telkens en telkens in honderden variaties de genade-gedachte van den „God der Joden" spreekt, zal ik hier niet, wat gemakkelijk ware, een reeks bladzijden vullen. Op iedere bladzijde van de Joodsche bijbelboeken vinden we den God der genade voor alle menschen. Ik zal u ook niet uiteenzetten, al deedt ge in uw „De Pentateuch naar zijn wording onderzocht", alsof ge Hebreeuwsch verstaat, dat die stam n-k-m, waaruit die „wraak" gedistilleerd wordt, niets met wraak te maken heeft, maar alleen het rechts-vergeldingsbegrip bevat. Maar wel wil ik u er op wijzen, dat het N.T.-ische Godsbegrip geen zijde van Gods wezen mededeelt, die niet reeds in de Joodsche bijbelboeken uitge-