is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief aan Prof. G.J.P.J. Bolland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beste uiteenzetting- omtrent den Talmoed neemt x), ziet dat.

Maar ik moet er wel even op wijzen, dat in Sanh. 57a niets staat, dat maar lijkt op het door Fritsch er uit geciteerde ! en dat dat geciteerde nergens staat! Integendeel! De Sjoelchan aroeg, 4e dl., hoofdst. 359 § 1 zegt eenvoudigweg: „Het is verboden iets, al is het nog zoo weinig, „te rooven of zich ten onrechte toe te eigenen, hetzij van Jood, „hetzij van niet-Jood." Ontleend is dit aan Maimonides Hilch. Gez. Weab. 1 : 2, en het berust op den Talmoed: Bab. Kam. 113a. In verschillende variaties komt 't in de heele Joodsche litteratuur terug.

Het citaat uit Bechai — ja, daar staat iets van. Waarom niet eenvoudig de Talmoedplaats Bab. Kam. 113Ó wordt opgegeven, weet ik niet. Natuurlijk wordt echter, ter vervalsching van het citaat, het voornaamste van de gedachte weggelaten. Want het begrip „uw broeder" omvat naar Joodschen zin ieder, die... Jood is? neen ! ieder, die de „Zeven Noachidische geboden" aanvaardt. Deze zijn: verbod van afgoderij, verbod van moord, verbod van zedeloosheid, verbod van roof, verbod van Godslastering, verbod van 't eten van een deel van een levend dier afgenomen, en gebod van rechtspraak. Zoo iemand is een „Ger Tosjab". Dat vertelt de Talmoed, Ab. Zara 64b. Zoo iemand is „uw broeder" ; dat zegt b.v. Nachmanides in zijn Sefer Hammitswot, Geb. n°. 16: „Ons is „geboden, den Ger Tosjab de middelen voor zijn levensonderhoud te verschaffen, hem te redden van zijn ongeluk enz., „hem te trachten te genezen van zijn ziekte enz., zooals het „luidt (Lev. 25:35): „En als uw broeder verarmt... de Ger „Tosjab — zoo leve hij bij u." Dit berust op den Talmoed, Ab. Zara 65a bovenaan, Pesach. 21b (zie Rasjie t. p.).

Dus: de menschen, die in moord en van roof leven, zedeloos zijn en de uiterste wreedheid tegenover dieren begaan, van recht en rechters niet willen weten — dat zijn onze broeders niet! Van laster en logen staat hier niets bij. Ik moet u dus, Professor, noodgedwongen wel als mijn broeder beschouwen.

*) L. Wagenaar, de Talmud, Hollandia-Drukkerij; Em. Duitsch, The Talmud; Funk, Entstehung des Talmuds en Talmudproben, GöschenSammlung; Dr. S. Bernfeld, Der Talmud, Calvary u. Co.; Strack, Einleitung in Talm. und Midr., Beek; enz. enz.