is toegevoegd aan uw favorieten.

De oorsprong der Grieksche wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de wereld tooveraars, die in dezen wel geene erfgenamen juist van Heraclitus zullen zijn geweest. Euripides, die de vertelling van het wereldei gehoord had van 'zijne moeder', zal ook wel den Tijd, die zonder vermoeienis door zichzelf wordt voortgebracht, uit de Orphische 'godgeleerdheid' hebben gehad. Ook in de geëvangelizeerde theosophie van Sethiaansche Ophieten 1 wordt (Iren. 1 : 29, 1) later de ,,nooit verouderende iEon" weergevonden, en het gnosticisme heeft zelfs eene veeleenigheid van 'eeuwigheden' gedacht ; denkt men als voorbeeld dier veeleenigheid een Orphischen iEon vóór 500, en wel met Arameesch Klein-Aziatischen achtergrond, dan komt men op de gedachte eener vertaling van 'olam, wereld, dat net zoo geschreven werd als lalem, jongeling. „Wat niet ondergaat," vraagt Heraclitus, „hoe zoude daarvoor iets verborgen blijven?" En bedoeld is weer vermoedelijk als opperste hemelgod, of Z\Phttos oupxviog2, een oorspronkelijk sterrekundig bedacht, doch mythisch ver-

!) 'EizexótXeirccj éauroüj yv&iyrtxoóg, j?affxovT£s /tóvot ra ytvwa-xstv. HippolytuS

5:6; vgl. 1 Cor. 2:10 en Openb. 2:24. „Quidam enim ipsam Sophiam serpentem factam dicunt": Iren. 1:30, 15. 'O xaSoJUxèj S?I5, paffl'v, 0UTÓ5 l<sr IV b ffojsós rijs Eüees Xbyoi. Hipp. 5: 16. Ecvoei 5è rdv 6piv ÏXsyov ourot t^v uypav obaioLv. Hipp. 5:9. 'EvrsO&ev oljiki xat roiii 'Ostras... Na «o-vjvous ovo/zcé^eff&at. Theodoretus, Qu. xlix in libr. xv Regg. Naas yip éttiv b 5j>ts. Hipp. 5:9. Als Joden of leerlingen van Joden hebben (Iren. 1:30, 1) de Nahassenen beweerd, dat de H. Geest vrouwelijk was, en op het voetspoor van Orphische en Mithreesehe leeraren hebben zij den Vader van alles van den Wereldvormer onderscheiden.

2) Hermes voert de zielen na de scheiding van het lichaam sïs t4» fyttrov D. L. 8:31. „Tu pias laetis animas reponis sedibus": Hor. Carm. 1 : 10. „Toen de Allerhoogste aan de volkeren een erfdeel toewees en de menschenkinderen van elkander scheidde, heeft hij de grenzen der volkeren vastgesteld naar het getal der zonen Gods; het deel van Jahwè namelijk is zijn volk, Jacob het hem toegevallene erve." Deut. 32:8—9 in herstelde lezing. „Onze Vader in de hemelen": Matth. 6, 9. — Hypsistariërs hebben in Cappadocië bestaan ten tijde nog van Gregorius van Nazianzus, die in 374 in eene lijkrede op eigen vader zegt, dat deze vóór zijne bekeering Hypsistariër was geweest.