is toegevoegd aan uw favorieten.

De oorsprong der Grieksche wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als raadselachtig sprekende wijzen. 1 Het vermoeden moet trouwens rijzen, dat de allegorése, waarmede men aan de mythologie tot philosophant geworden is, in de theosophische kringen zelve bereids heeft gewerkt; de gouden keten, bijvoorbeeld, die (Iliad. 8 : 18—22) de Homerische Zeus om den top van den godenberg wil slaan en waaraan dan alles hangen mag2, wordt niet alleen bij Plato (Theset. 153 cd) als beeldspraak voor de alles bij elkander en aan den gang houdende zon en hare bewegingen opgevat, maar later (Abel 196. 201. 205) ook in het Orphicisme geallegorizeerd wedergevonden. Zoo vallen letterkunde, mysterie wijsheid en uitkomst van wijsbegeerte bijvoorbeeld bij Macrobius ineen, wanneer deze schrijft: „Wie goed toeziet, zal van het Opperwezen uit tot aan de minste en geringste zaken eenzelfden samenhang ontwaren, die samenhoudt bij wijze van wederkeerigheid en nergens onderbroken wordt, en ziedaar de gouden keten van Homerus, waarvan God heet gezegd te

1) „Poets (e. g. Verg. .En. 8:2) write that Orpheus made the trees and stones to dance to his melodious harp, meaning the rustic and the barbarous hinds that had no understanding part in them." Thomas Heywood in 1607. ('A woman killed with kindness.') Apollodorus: 'Opysü; «<7x>i<ras x&upaSixv, aJwv ixtvii te x«i ShSpa. (Bibl. 1:3, 2.) Cfr Eurip. Bacch. 561—562, Diod. Sic. 37:30. „Dictus et Amphion, Thebanai conditor urbis, saxa movere sono testudinis et prece blanda ducere quo vellet." Hor. Ep. 2, 3 : 394—396. „Tanta musicae vis et potentia fuit, ut etiam silvas moveret et lapides ipsos." (Fr. Bacon 6:647.) Vgl. nog Bacon 11:117 en Shakespeare's M. of V. 5:1. Aristoteles (Fragmenta ed. ^m. Heitz 1886 40 b) heeft de opmerking gemaakt, dat men van inwijdingen niets leerde, al werd men erdoor ontroerd en gestemd; Francis Bacon had te Gorhambury, St. Albans, een standbeeld van Orpheus met het opschrift: „Philosophy Personified." (Vgl. WW 6:720.) En de verbeelding van den Blavatskiaan Leadbeater maakt in 1910 Orpheus, Zoroaster, Hermes en Boeddha tot hetzelfde wezen: 'Adyar Talks' I 150.

2) „She held a great gold chain, ylinkèd well, whose upper end to highest heaven was knit, and lower part did reach to lowest heil." Fairy Queen 2, 7 : 46.