is toegevoegd aan uw favorieten.

De oorsprong der Grieksche wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben, dat zij zoude hangen van den hemel tot op aarde." ('Over Scipio's Droom' 1:14, 15.) Dat de eigenlijke zin der gedichten verborgen blijft voor de rhapsoden, zijn bij Xenophon (Conv. 3 : 6) Socrates en Antisthenes tezamen eens; Plato heeft even weinig als Antisthenes een hoogen dunk gehad van de rhapsoden, maar als Homeruslover volgde hij Antisthenes niet, en hij zal ook wat de beeldspraak betreft tusschen den dichter Homerus en den godgeleerden wijze der mysteriën hebben onderscheiden. In het algemeen gezegd terecht; in de Odyssee doet (8 : 278) Hephaestus de langzame met de ronde boeien denken aan Saturnus1, den langzaamsten der planeten, waarvan in zuidelijke gewesten de ring voor het bloote oog zichtbaar moet zijn, en ondenkbaar is het niet, dat het in Odyss. 8 : 267—359 verhaalde dichterlijke weerklank is eener mythologische beeldspraak tot aanduiding een er zeldzame planetenconjunctuur.2 Doch over het geheel had de allegorese, waarmede de leerling van Anaxagoras Metrodorus van Lampsacus juist bij het Homerische epos was opgetreden, geen goeden grond. Dat in de epische versregels een verborgen zin was ontwaard door Antisthenes, weet later (53ste rede) nog Dio Chrysostomus te vertellen, en van Antisthenes (vgl. D. L. 7 : 2-4) moet (Cic. de D. N. 1 : 41, 3 : 63, Orig. c. Cels. 4 : 48) de allegorese zijn overgegaan op de Stoïcijnen, om van dezen door het Philonisch

]) De band des hemels ovpxvoO) in den Staat (10:14) van Plato

is de ecliptica, de (schijnbare) zonnebaan. Philo Judaeus 'over vluchtelingen': Xiyoi Ssu/ii; töv &.nxvrwv. Zeno Citieus: o TOÜ wavrós o-j 'évioi jï/tae/tforiv xodoOnv. (Stob. Ecl. 1:11, 5) Lucanus: „se quoque lege tenens." (Phars. 2:10.)

2) „Plutarch interprets astrologically that tale of Mars and Venus, in whose genitures Mars and Venus are in conjunction." Robert Burton, 'The Anatomy of Melancholy' 3. 2, 2:1; cfr 'Plutarchus' de vita et poësi Homeri 101.