is toegevoegd aan uw favorieten.

De oorsprong der Grieksche wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alexandrijnsehe Jodendom heen tot factor te worden der pneumatisch theologische leeringen over den Heer Jezus; vgl. hier al aanstonds Hd. 18:24-25, Hebr. 10 : 1, Rom. 2 : 20, 1 Cor. 10 : 4, Gal. 4 : 22-26, Eph. 5:25, en Matth. 13:11. 13, Mare. 4:11-12. 33-34, Luc. 8 : 10, Joh. 16 : 12. 25, Matth, 7 : 6-7, 1 Cor. 2 : 2. 6, enz.

Onwillekeurige doch betrekkelijk zinrijke beeldspraak heeft gewerkt in de Orphische voorstelling, dat het lichtwezen Phanes 1 en de vurige Eros eenzelfde wereld bewerkend wezen zijn; niettemin of juist hierom (zie Philodeem'over vroomheid' 11) heeft Chrysippus het kinderachtig genoemd, dat men hartstochten als goden beschouwde, en Seneca zegt (Phsedra 195) later, dat de voorstelling van Amor als god verzonnen is door eene vuige en ontucht begunstigende begeerte. Het Orphisme zelf heeft niet precies bedoeld wat het beeldsprakig zeide, bijvoorbeeld wanneer het sprak van het wereldei, waaruit Phanes (yoysvfc- Hymn. 6:2) was voortgekomen, en waarschijnlijk heeft het zijne vereenzelviging van Phanes, iEther en Eros niet veel zinnelijker bedoeld dan de Jezuanen (Joh. 4: 24, 1 Joh. 1:5, 5:6, 4:8) hunne vereenzelviging van God, Pneuma en Agape; duidelijk echter is het ook, dat eerst het wraken van de beeldsprakige ondoor-

1) Aa/jt7Tj0èv aywv paos ayvóv, aj?' ou as «fcavvjra xixA^axw H. O. 6:8. Aoc.fxnpdi ai£»5^*

Aristoph. Nub. 265. ïïpüTOs xaTaAa/jt7T£Tat b ou^eavos imö rov Seiov pcords rou «fcavyj-ros* Hermias; Abel 176. 'O 3-sds jjws lurtv Philo Jud. de Somm. 1 : 13; vgl. Ps. 27 : 1, 36:10, Joh. 8:12, 9:5. népaai fyocaocv rdv Ssóv eivoci ywretvbv Hippol. Ref 4: 43. bóvjrdv otlSèpa. Sedv xTvsp/ivocro' Stob. Flor. 1:2, 29; cf. D. L. 7 :148. „Stoicis iEther videtur summus deus": Cic. Acad. II 41. Dat de goede God en het Licht hetzelfde zijn, is de leer geweest van Mani: Epiph. 66, 44. „De verheven koning des lichts, die van zelf is ontstaan," is weergevonden bij de Mandeeën, bij de doopsgezinde Nagoreeën van Neder-Babylonië. En ook van den Buddha heeft men in Azië een lichtwezen gemaakt.