is toegevoegd aan uw favorieten.

De oorsprong der Grieksche wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeven planeten met Mercurius aan het hoofd, en wel in eene ster, die zich van de vier andere door straling onderscheidt. „Waar is er meerder en beter Mercurius dan in den mensch?" (Vreeswijk blz. 190.) Bij Mercurius hebben Rozekruisers gedacht aan het eeuwige lichtwezen, het eerste en het laatste, dat ontwikkeld of onontwikkeld, dus ook in 'het philosophische ei' i, maciocosmisch en microcosmisch zuivere bewustheid was; zij hebben op die wijze sub- en objectiveerende het setherisme der Orphische mysteriën beleden. „Wij zeggen met Basilius," zegt nog in 1684 zelfs de buitenstander G. van Vreeswijk, „dat de geest van Mercurius de ware matérie is," — „de geest van de wereld, waarover alle philosophen schrijven." ('Zilveren Rivier blz. 8 en 29.) En uit de geheime theosophische vereenigingen der zeventiende eeuw is dan in de Vrijmetselarij der achttiende het symbool voor Mercurius 'of' Azoth overgegaan als 'vlammende ster'; het groote symbool der Loge, het toonbeeld van de zinnebeelden, die zonder besef hunner oorspronkelijke beteekenis ritueel worden gebezigd, vertoond en aangestaard. Want de Loge is minder dan een Orphische thiasos en de voorzittende meester is geen thiasarch, die als zoodanig naam mag hebben; de geheele wijsheid der oudere mysteriën is in de ma9onnieke vlammende ster schuil gegaan, en thans in de Loge volmaakt te zoek. De oudere wijzen hadden dan ook Gods vloek ingeroepen over hem, die het subject met zijnen mond uitdrukkelijk zoude noemen: 'Geheime

J) Wat men somwijlen 'het philosophische ei' heeft genoemd, is het wereldei in het klein als de nog onontwikkelde menschelyke bewustheid met volledigheid yan wijsheid in aanleg, de voorloopig onontwikkelde menschelijke mikrokosmos.