is toegevoegd aan uw favorieten.

De bouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer eenvoudig en klaarblijkelijk feit voor oogen houden, al is het dan niet minder wondervol omdat het klaarblijkelijk is. Socrates deed de ontdekking — misschien de grootste die ooit gedaan werd — dat de menschelijke aard universeel is. Door zijn diepgaande overpeinzingen vond hij uit dat wanneer de menschen veel over een probleem denken en er diep over denken, zij een gemeenschappelijk stelsel van waarheid onthullen. Zoo daagde bij hem, tengevolge van dit feit, de waarheid van de verwantschap van de menschheid en de eenheid van het denkvermogen.

Zijn inzicht is herhaalde malen opnieuw bevestigd, hetzij wij het allereerste tasten van het menschelijk denkvermogen bestudeeren of de leeringen van de Wijzen naast elkander plaatsen. Steeds weer vinden wij na vergelijking dat de eindgevolgtrekkingen van de wijste denkvermogens met betrekking tot de beteekenis van het leven en van de wereld met elkander overeenstemmen, zoo zij niet geheel en al dezelfde zijn.

Hier ligt de sleutel tot de treffende overeenkomsten tusschen de geloofsvormen en de wijsbegeerten van ver uiteenwonende volkeren, en deze maakt ze begrijpelijk terwijl hij bijdraagt tot de schilderachtigheid en het wijsgeerig belang er van. Door hetzelfde verschijnsel beginnen wij te begrijpen waarom dezelfde teekens, symbolen en emblemen door alle volkeren werden aangewend om hun allereerste geestelijke strevingen en gedachten uit te drukken. Wij behoeven daaruit niet af te leiden dat het eene volk ze van het andere leerde of dat er een mystieke universeele orde bestond, die ze in bewaring had. Zij brengen eenvoudig de eenheid van het menschelijk denkvermogen aan het licht en toonen aan waarom op hetzelfde stadium van beschaving, rassen die ver van elkander verwijderd zijn, tot dezelfde gevolgtrekkingen komen en vrijwel dezelfde symbolen gebruiken om hunne gedachten weer te geven. Hiervan vinden wij tallooze voorbeelden, van welke wij er enkele kunnen noemen die deze eenheid van zoowel gedachte als symbool aangeven en die ook het inzicht van den grooten Griek bevestigen dat, hoezeer ondiepe denkvermogens mogen verschillen, tenslotte alle zoekers naar de waarheid een gemeenschappelijk pad volgen, als kameraden op een grooten onderzoekingstocht. Als een voorbeeld dat ter zake dient en dat even oud als welsprekend is, hebben wij het denkbeeld van de Drieëenheid en het symbool daarvan, den Driehoek. Wat de menschelijke gedachte aangaande God is, hangt af van welk vermogen