is toegevoegd aan uw favorieten.

De bouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

De waarde van den mensch bestaat niet in de waarheid die hij bezit of meent te bezitten, maar in de oprechte moeite die hij genomen heeft om haar te vinden. Want zijn vermogens vermeerderen niet door de waarheid te bezitten, maar door haar te onderzoeken, waarin zijn eenige mogelijkheid tot vervolmaking bestaat. Bezit doet de energie van den mensch inslapen en maakt hem lui en trotsch. Indien God in Zijn rechterhand de volstrekte waarheid hield opgesloten en in Zijn linkerhand slechts de binnenwaarts leidende levendige aandrift tot de Waarheid en als Hij tot mij zeide: Kies, dan zou ik zelfs op gevaar af de menschheid bloot te stellen aan een voortdurend dolen, allernederigst Zijn linkerhand grijpen en zeggen: Vader, geef.' de absolute waarheid behoort alleen U!

G. E. Lessing, Fragmenten.

DE GEHEIMELEER.

I

God behoedt ons steeds voor ontijdige denkbeelden, zeide de begenadigde en wijze Emerson; en aldus doet ook de Isatuur. Zij weer houdt hare geheimen totdat de mensch gereed is deze toevertrouwd te krijgen, opdat hij zichzelf niet door overmoedigheid vernietige. Wie zoekt, vindt, niet omdat de waarheid veraf is, maar omdat de tucht van het zoeken hem gereed maakt voor de waarheid en waardig om haar te ontvangen. De groote onderrichters van ons ras hebben door een onfeilbaar instinct de hoogste waarheid minder beschouwd als een gave dan als een trofee die gewonnen moest worden. Alles moet niet aan iedereen worden verteld. Waarheid is macht en wanneer zij niet in de juiste handen komt, wordt zij een plaag. Zelfs Jezus had zijn "Kleine kudde", aan welke Hij veel toevertrouwde dat Hij der wereld onthield of haar slechts in verborgen en omsluierde gelijkenissen onderrichtte1). Eén van Zijn gezegden, gegeven als verklaring van Zijn methode, wordt door Clemens van Alexandrië aangehaald in zijn Leerredenen:

Niet omdat hij misgunde, gaf onze Heer in een zeker Evangelie de uitspraak : „Mijn mysterie is voor Mij en de zonen van Mijn huis ).

!) Matth. XIII, 10, II. 2) Umvritten Sayings of Oar Lord, David Smith, VII.