is toegevoegd aan uw favorieten.

De bouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevelen van den Meester overbracht „aan de broederen op zijn kolom". Er was een secretaris, een schatbewaarder en een bewaarder der archieven en daar de colleges gedeeltelijk religieus waren en gewoonlijk in de nabijheid van een tempel bijeenkwamen, was er een sacerdos of wat wij zouden noemen een priester of kapelaan. De leden bestonden uit drie orden niet ongelijk aan onze leerlingen, gezellen en meesters, of collega's. Wij weten niet welke inwijdingsceremoniën er werden gebezigd, maar het schijnt zeker dat zij van religieuzen aard waren, daar elk College een schutspatroon aannam uit de velen die toen vereerd werden. Daar bovendien de Mysteriën van Isis en Mithras de Romeinsche wereld beurtelings beheerschten, was het oude drama van het eeuwige leven nooit ver te zoeken.

Wat de symbolen van de Collegia betreft, is het voldoende om te zeggen dat wij hier wederom de eenvoudige werktuigen van den bouwer vinden aangewend als de onderrichters van waarheid voor het leven en hoop in den dood. Op een aantal nog bestaande sarcophagi vinden wij den winkelhaak, den passer, den kubus, het schietlood, den cirkel en altijd het waterpas ingegrift. Dan bestaat er bovendien het beroemde Collegium dat in het jaar 79 na Chr. onder de asch en de lava van den Vesuvius begraven werd en dat bij de uitgravingen te Pompei in 1878 te voorschijn kwam. Het stond nabij het Treurspel Theater niet ver van den Tempel van Isis en het werd door zijn inrichting met de twee kolommen aan den ingang en de dooreengestrengelde driehoeken op de muren als een oude logezaal herkend. Op een piedestal in de zaal werd een zeldzaam stuk kunstwerk gevonden, eenig van teekening en schitterend wat uitvoering betreft. Het is nu in het Museum in Napels. S. R. Korbes beschrijft het in zijn Rambles in Naples als volgt:

Het is een tafel van mozaïek van vierkanten vorm, in een hechte houten omlijsting geplaatst. De ondergrond is van grijsgroene steen, in het midden waarvan men een menschelijken schedel ziet, gemaakt van witte, grijze en zwarte kleuren. De schedel is volkomen natuurlijk van uiterlijk. De oogen, neusgaten, tanden, ooren en de kruin zijn goed uitgevoerd. Boven den schedel vindt men een waterpas van gekleurd hout terwijl de punten er van van koper zijn; en van den top naar het midden hangt aan een witten draad een schietlood. Onder den schedel ziet men een wiel met zes spaken en aan den buitenkant van het wiel bevindt zich een vlinder met vleugels van roode kleur door geel omlijst en met blauwe oogen. Links ziet men een speer recht op den grond staan; en daarvan hangt aan een gouden koord een rood kleedingstuk en een purperen mantel af, terwijl het bovenste gedeelte van de speer