is toegevoegd aan uw favorieten.

De bouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meter aan het hoofd die de geheele troep aanvoerde en uit elke tien man één benoemde, onder den naam van opziener, om op de andere negen toe te zien. Daarna zetten zij zich aan het werk om tijdelijke hutten te bouwen, waarin zij konden wonen rondom de plek waar het werk gedaan moest worden, organiseerden regelmatig hunne verschillende afdeelingen, gingen aan het werk, zonden om nieuwe voorraden bij hun broederen al naar het doel dat eischte en wanneer alles gereed was, braken zij hun kamp weer op en gingen elders om ander werk te ondernemen."

Hier krijgen wij een blik op de methoden der Vrij-metselaren, hunne organisatie die bijna militair in haar orde en vlugheid was en op hun zwervend leven; alhoewel zij een meer gezeten leven hadden dan deze beschrijving zou doen vermoeden, want er was een langen tijd noodig om een Kathedraal te bouwen! Het schijnt dat zij soms bijzondere overeenkomsten afsloten met de inwoners van een stad waar zij een kerk moesten oprichten waarin, onder andere bepalingen, voorkwam dat een met lei gedekte Loge voor hun logies moest worden gebouwd en dat iedere arbeider voorzien moest worden van een wit schootsvel van een bijzonderen aard en handschoenen om de handen te beschermen tegen steen en kalk *>

In ieder geval zien wij het beeld vóór ons van een kleine gemeenschap of een dorp van werklieden, in ruwe gebouwen verwijlende, met een Loge in het midden naast een langzaam omhoogrijzende Kathedraal — de Meester bezig met zijn plannen en zijn zorg voor zijn troep; Gezellen die den steenen voor muren, bogen en spits-

i) ln den ouden tijd werden handschoenen veelvuldiger gebruikt dan thans en de gewoonte om ze als geschenk te geven was in middeleeuwsche tijden algemeen. Vaak werden, wanneer de oogsttijd voorbij was, handschoenen uitgedeeld aan de arbeiders die den oogst inhaalden (History of Prices in England, ogers) en rijk geborduurde handschoenen vormden een geschenk dat met vreugde door vorsten werd aanvaard. Inderdaad werd de bloote hand beschouwd als een teeken van vijandigheid en de gehandschoende hand was een teeken van vrede en goeden wil. Voor Vrijmetselaren hadden de witte handschoenen en het schootsvel beteekenissen die nauwelijks door anderen begrepen konden worden en de symboliek er van blijft met ons tot op dezen dag met haar eenvoudig en welsprekend beroep op ons gemoed. (Zie hoofdstuk over „Ma?onnieke kleeding en Regalia" in Thtngs a Freemason should know door F. J. W. Crowe, een belangwekkend artikel door Rylands A. Q. C. deel V, en de schoone verhandeling over „Handschoenen" door Dr. Mackey in zijn Symbolism of Freemasonry. Niet alleen de gereedschappen van den bouwer, maar ook zijn kledingstukken hadden een zedelijke