is toegevoegd aan uw favorieten.

De bouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijden ontkwamen enkele aan het stempel der Kerk') — met betrekking tot religie naast hetzelfde artikel in de Constituties van 1723 en de tegenstelling is verbazingwekkend. De oude toespraak luidt: De eerste plicht is deze, dat gij trouw zijt aan God en de Heilige Kerk en geen dwalingen of ketterijen aanhangt. Luister nu naar den plicht van 1723:

Een Vrijmetselaar is door zijn Houding verplicht om aan de zedelijke -wet te gehoorzamen en als hij zijn Kunst terecht begrijpt, zal hij nooit een domme Atheïst of een ongodsdienstig, losbandig mensch zijn. Maar hoewel het m de oude tijden de plicht van Vrijmetselaren was te behooren tot den godsdienst van hun land of volk welke deze Sbk was, zoo wordt het thans meer geschikt geoordeeld hen slechts te verplichten tot dien godsdienst waarin alle menschen overeenstemmen en hunne particuliere opvattingen aan henzelf over te laten: dat wil zeggen Goede en Waarachtige mannen te zijn of Mannen van Eer en Eerlijkheid door welke denominatie of Geloofsovertuiging zij ook onderscheiden mogen worden; waardoor de Vrijmetselarij het Middelpunt van Vereeniging en het Middel tot verzoening en ware vriendschap wordt voor personen die anders eeuwig op een afstand van elkander moesten zijn gebleven.

Indien deze verklaring gisteren ware geschreven, dan zou zij merkwaardig genoeg zijn. Wanneer wij echter overwegen dat zij gegeven werd in 1723, te midden van bitteren sektarischen strijd en de grootst denkbare onverdraagzaamheid, treedt zij als voor eeuwig gedenkwaardig in de geschiedenis der menschen naar voren. De man, die dat document schreef, zou, als wij slechts zijn naam wisten, recht hebben tot het einde der tijden, dankbaar te worden herdacht en' vereerd door zijn ras. De geest van den tijd werd geheel en al bezield door meedoogenloozen partijgeest zoowel wat godsdienst als politiek betrof. De eenige keus die men op religieus gebied had, was een kerkelijke tyrannie die een zekere vrijheid van geloof toeliet of een doctrinale tyrannie, die een geringe vrijheid in eeredienst toestond: inderdaad een treurige keuze. Het is dus een eeuwig-

I) Bijvoorbeeld het Cooke-Manuscript op een na het oudste van alle, zoowel als het W Watson en het York No. 4 Manuscript. Het is eenigszins verwonderlijk, gezien de allesoverheersende positie van de Kerk in die tijden, om zulk een getuigenis te vinden van wat Dr. Mackey noemt de voornaamste ""ding der Vrijmetselarij in de eerste tijden - het bewaren vanhetgeWinde eenhei van God. Deze manuscripten vielen niet ten offer aan de theologie der Kerk en hunne aanroepingen doen ons meer denken aan den God van Jesajah dan aan decreten van het Concilie van Isicea.