is toegevoegd aan uw favorieten.

De bouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgde haren weg, alles achterlatende in het afval der vergeten dingen, gelijk zij dat immer doet met haar achterdeurspionnen en

hielenbijtende critici.

Veel ernstiger waren de reeks scheuringen binnen de orde die in 1725 begonnen en die zelfs tot in de volgende eeuw voortduurden. Voor den bestudeerder maken zij dit tijdperk zeer ingewikkeld en zij brengen den beginneling licht in verwarring. Want wanneer wij lezen van vier, zoo niet vijf Grootloges in Engeland, en nog wel dat gedurende enkele jaren alle tegelijk van kracht waren en elk beweerde de Grootloge van Engeland te zijn, dan schijnt de verwarring inderdaad niet gering. Zoo ook nam een Grootloge met een zeer beperkt rechtsgebied en zeer weinig aanhangers den titel aan van Grootloge voor geheel Engeland, terwijl een andere die in het midden der eeuw begon, den titel van „De Ouden" aannam en de oudere en moeder-Grootloge „De Modernen" noemde. Bovendien zijn er sporen van een Grootloge die niet vermeld wordt en die zich „De Opper-Grootloge" noemde, alsof elk in naam moest goed maken wat

zij in aantal te kort kwam 1).

Een streng onderzoek en behoorlijke navraag naar de oorzaken dezer verdeeling schijnt ons de volgende resultaten op te leveren.

Ten eerste bestond er een, volgens de feiten, niet ongerechtvaardigde vrees dat de oude democratie der orde door zekere daden van de Grootloge beknot was — zooals bijvoorbeeld door aan den Grootmeester de macht te verleenen om de Opzieners aan te stellen -).

x) Een verhandeling over „Een onvermelde Grootloge", door Sadler (A. Q. C.

XVIII, 60 90) vertelt feitelijk alles wat er over deze beweging bekend is die in

1776 met de Grootloge van Londen samensmolt. Sedert Br/. Sadler's verhandeling geschreven werd, zijn er verdere getuigenissen te voorschijn gekomen van het bestaan van een „AngloScottish Grandlodge", terwijl de lichamen die deze samenstelden opgenomen schijnen te zijn door de „oude' Grootloge.

1) En dat was nog niet alles. In 1735 werd in de Grootloge besloten „dat in de toekomst alle Grootofficieren (behalve de Grootmeester) uit dat lichaam zullen worden verkozen" — daarmede bedoelende de Gewezen Groot-Stewards. Deze daad was verbazingwekkend. Reeds had het gilde zijn macht om de Opzieniers te kiezen uit handen gegeven en nu was de keus van den Grootmeester beperkt tot de rangen van een oligarchie in haar ergsten vorm — een vreemd resultaat van ma<fonnieke gelijkheid. Drie maanden later boden de Groot-Stewards een verzoekschrift aan om zich tot een bijzondere Loge te mogen constitueeren met bijzondere juweelen enz. Natuurlijk was dit de oorzaak van ontevredenheid en vrees voor de toekomst en dit terecht. Voor een volledig verslag over deze quaestie zie men The Grand Stewards and Red Apron Lodges, door A. F. Calvert.