is toegevoegd aan uw favorieten.

De bouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit is niet louter een vorm van woorden, maar de diepste en bijna plechtigste bevestiging die menschelijke lippen kunnen uiten. Wie onverschillig is jegens God, is onverschillig jegens de grootste van alle werkelijkheden, namelijk die waarop de hartstochtelijke begeerte der menschheid omhoog te rijzen, berust. Geen instelling die zwijgt met betrekking tot de beteekenis van het leven en de geaardheid van het Heelal is duurzaam. Het is een huis op zand gebouwd, dat gedoemd is te vallen wanneer de winden waaien en de wateren er tegen slaan, omdat het een hechten grondslag mist. Geen menschelijke broederschap die haar inspiratie niet heeft in den beleden of onbeleden God als Vader van alle dingen, kan lang blijven bestaan; zij hangt als droog zand aan elkaar en is slap als water en alle fijnere gevoelens verdwijnen er spoedig uit. Het leven leidt, zoo wij de beteekenis er van volgen en denken in den stroom van zijn dieper gevolgtrekkingen, tot één God als den grondslag der wereld, en op dezen heeft de Vrijmetselarij haar hoeksteen gevestigd. Daarom blijft zij bestaan en groeit en de poorten der hel kunnen haar geen weerstand bieden!

loges in de wereld afgebroken. De schrijver van het artikel Vrijmetselarij" in de Catholic Encyclopaedia brengt dit feit met nadruk naar voren; maar hij is veel eerlijker jegens het Grand Oriënt dan vele Mafonnieke schrijvers waren. Hij begrijpt dat dit niet beteekent dat de Vrijmetselaars van Frankrijk atheïstisch zijn zooals dat woord gewoonlijk gebruikt wordt, maar dat zij niet gelooven dat er Atheïsten bestaan in den volstrekten zin des woords; en hij haalt de woorden van Albert Pike aan : „iemand die een hooger begrip aangaande God heeft dan degenen die rondom hem zijn, zal licht een Atheïst genoemd worden door menschen die veel minder in God gelooven dan hij dit doet" (Marais and Dogma-). Zoo werden, aldus gaat Pike verder, de oudste Christenen die zeiden dat de heidensche goden geen goden waren, als Atheïsten beschouwd en dienovereenkomstig ter dood gebracht. Wij hebben niet op ons genomen het Grand Oriënt te verdedigen, doch het past ons, zijn standpunt en zienswijze te kennen en te begrijpen, opdat wij niet schuldig worden aan kleinzielige bekrompenheden met betrekking tot een woord wanneer de werkelijkheid een gemeenschappelijke schat is. In de eerste plaats gevoelde men dat Frankrijk de hulp noodig had van een ieder die een vijand van het Latijnsche kerkdom was, teneinde een scheiding van Kerk en Staat tot stand te brengen; vandaar de houding van het Grand Oriënt. Ten tweede waren de Vrijmetselaars in Frankrijk het met Plutarchus eens, dat het beter is geen begrip aangaande God te hebben dan een duister verwrongen bijgeloof dat den menschen angst aanjaagt; en zij wischten een woord uit dat voor velen in verband stond met een onwaardig geloof — om des te beter een eenheid te zoeken ten gunste van het vrije denken en een verhevener geloof. Wij mogen

dit onverstandig achten, maar wij behooren in ieder geval den geest en het doel er van te begrijpen.