is toegevoegd aan uw favorieten.

De mystieke opvatting van Kerstmis.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

DE COSMISCHE BETEEKENIS VAN KERSTMIS.

Weer zijn wij in den loop van het jaar tot den vooravond van Kerstmis genaderd. Ieder van ons beschouwt dit feest op zijn wijze, die verschilt van de beschouwingswijze van anderen. Voor den toegewijden godsdienstige is het een heilige, gewijde tijd, geladen met geheimenis, welks verhevenheid door zijn onbegrepenheid niet verminderd kan worden. Voor den godsdienstlooze is het een dwaas bijgeloof. Voor den absoluten intellectueel is het een raadsel, want het gaat zijn verstand te boven.

In de kerken wordt het verhaal verteld, hoe in dezen heiligsten nacht van het jaar onze Heer en Heiland, onbevlekt ontvangen, uit een Maagd geboren werd. Geen verdere uitlegging wordt gegeven, aanneming of verwerping van de zaak wordt aan den hoorder overgelaten, die dit doet volgens zijn temperament. Als verstand en rede hem beheerschen en het geloof uitsluiten; als hij niets kan gejooven, wat zich niet ieder oogenblik aan de zinnen kan kenbaar maken, wordt hij gedwongen het verhaal als ongerijmd en indruischende tegen verschillende onveranderlijke wetten der natuur te verwerpen.

Er zijn verschillende vertolkingen gegeven om het verstand te bevredigen, hoofdzakelijk van astronomischen aard. Zij hebben geopenbaard, hoe de zon in den nacht van den 24en op den 25en December zijn*) reis van het zuiden naar het noorden begint. Hij is het „Licht der Wereld' . Koude en hongersnood zouden onvermijdelijk het menschelijk ras vernietigen, als de zon altijd in het zuiden bleef. Daarom is het een reden tot groote vreugde, wanneer hij zijn noordwaartsche reis begint. Hij wordt dan als „redder" begroet, want hij komt „om de wereld te redden", om haar „het brood des leven" te geven, daar hij het koren en de druiven doet rijpen. Aldus „geeft hij zijn leven" op het kruis(punt) van den equator (in het lentepunt) en dan begint zijn opvaart ten (noordelijken) hemel. In den nacht, wanneer hij zijn noordwaartsche reis begint, staat het teeken van den Dierenriem „Virgo", de hemelsche maagd, de „Koningin des Hemels", te middernacht aan den oostelijken horizon en is daarom, volgens astrologische zegswijze, zijn „rijzende teeken". Op die wijze wordt hij „uit een

*) Wij gebruiken om de zon aan te duiden, den mannelijken vorm der voornaamwoorden, hoewel ,,ongelukkerwijze" zouden we haast zeggen, het woord in onze taal vrouwelijk is. In vele andere talen is het woord mannelijk.

Ons standpunt, dat bovengenoemd gebruik wettigt, is dat der Rozekruizers Wijsbegeerte, volgens welke de zon het zichtbare voertuig van den Christus is.

Ook in de astrologie, de veelgesmade, goddelijk-geestelijke wetenschap der hemelbollen, wordt het woord „zon" mannelijk gedacht.

(Deze voetnoot en alle volgende zijn voor rekening van den vertaler.)