is toegevoegd aan uw favorieten.

De Boom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel Klein-Azië de ingewijden, evenals enkele Koningen van Israël, ,,de b o o m e n der gerechtigheid" en ,,de cederen van den Libanon" werden genoemd. /\ De slang, de boom der kennis van goed en van kwaad, en de boom des levens, beweert ze, zijn alle zinnebeelden van Indischen oorsprong. De vijgenboom, die den Hindoes zoo heilig is — daar Wishnoe in een zijner incarnaties onder zijn machtige schaduw gerust en aldaar menschelijke wijsbegeerte en wetenschappen onderwezen heeft — heet de boom der kennis en de boom des levens. Onder het lommerdak van dezen woudkoning geven de goeroe's aan hun leerlingen de eerste lessen over de onsterfelijkheid en wijden zij hen in de mysteriën van leven en dood in". A Ook, zegt ze, is de boom niet alleen de macrocosmos en de slang het symbool der eeuwigheid en volstrekte wijslieid., — de boom is ook de mensch zelf (de microcosmos) en de in ieder wonende slang, het bewuste Manas (denkvermogen), de verbindingsschakel tusschen geest en stof, hemel en aarde. Zoo is het verklaarbaar, dat de hoogstontwikkelden (ingewijden) „boomen" werden genoemd, waarbij de inwonende „slang" (denkvermogen) het volkomenst bewust geworden was. Jezus wordt de „boom des Levens" genoemd, terwijl „adepten van het linkerpad" „verdorrende boomen" heeten. Johannes de Dooper spreekt van den „bijl" die „aan den wortel der boomen gelegd is". (Matth. III : 10).

A En zoo komen we weer terug tot ons punt van uitgang, waarbij het boomsymbool als een uitbeelding werd voorgesteld van de wijsgeerige gedachte, dat alle openbaring berust op paren van tegenstelling. De boom stelt die splitsing in paren van tegenstellingen tot in het oneindige voor, zoodat hij ook het symbool van de oneindige ervaring in het geopenbaarde leven moet zijn. Van den ingewijde wordt verondersteld dat „niets menschelijks hem vreemd gebleven is" in den kringloop zijns levens, en dat hij daarin alles ervaren en geleerd heeft en dus alle