Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welken indruk zou de dageraad of het avondrood op ons maken; welk gevoel zou de bekoorlijke lente of het beschouwen eener heerlijke landstreek in ons opwekken, wanneer er geene overeenstemming met zulke natuurtafereelen in ons binnenste lag opgesloten? Welk genot zou ons het beschouwen van schoone beelden of uitmuntende schilderstukken verschaffen, wanneer wij het beeld der regelmatigheid niet in ons binnenste omdroegen? Hoe scherper de zin en het gevoel is uitgedrukt, des te duidelijker wordt de voorstelling. Hoe zuiverder het innerlijk gevoel is, des te reiner is ook het genot. Hoe verlichter het verstand is, des te grondiger is ook de kennis. Op dergelijke eenvoudige grondbeginselen berust de leer des menschelijken levens, de leer der zelfkennis en eindelijk het bewustzijn onzer eigenlijke bestemming.

Daar het de bedoeling is, om onzen aanleg te kennen en te oefenen, zoo zou men ligtelijk op het denkbeeld komen, om denzelven in zijne kiem te willen leeren kennen, en aanwijzen op welke wijze en door welke kunstgrepen zich zijne werkzaamheid openbaart. Hierdoor vervalt men in eene andere dwaling, in welke de overpeinzing zich zoo gaarne verdiept, die bestendig aan den wortel knaagt en intusschen de levenssappen, welke de wortel door stam en twijgen drijft, doet bederven. De mensch kau geene oor-

Sluiten