Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot liet gebied der zinnen behoort, verlaten en tot de verklaring der tweede soort overgaan.

Zedelijke Schoonheid is innerlijke, is gemoedsschoonheid. — Hier opent zich voor de kunst een ruim en rijk veld, en geeft haar stellige en geestelijke waarde. Niet de koude uiterlijke vorm van een daargesteld beeld, maar het karakter, de uitdrukking deiziel en den toestand des gemoeds, is hier de hoofdzaak. Het best geschetste portret heeft zelfs geene waarde, wanneer er geestige uitdrukking aan ontbreekt. Maar niet slechts de beeldende kunsten, ook de dichtkunst vindt hier rijke stof, om aan geschiedkundige en uitgekozene beelden zedelijke waarde en uitdrukking te geven. De vrijmetselaar echter, die geroepen is zich zeiven en zijn geheel leven in een kunstvoortbrengsel te bewegen, moet zich boven het stoffelijke verheffen, aan zijne manieren, handelingen en woorden den stempel van het zedelijke en welvoegelijke geven, en op die wijze een levendig kunstwerk daarstellen, dat op ieder, die het onbevooroordeeld beschouwt, een' aangenamen indruk moet maken.

Mogt het in den aanvang niet mogelijk zijn, zich onafgebroken aan kunstregelen te binden, zoo moet men oogenblikken uitkiezen, waarin het zedelijk kunstgevoel des te duidelijker spreekt. «Dat is eene schoo11e daad, » zegt men van heni. die met opoffering van

Sluiten