Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rigting, draden voor den tijd, die eindelijk oud worden , breken en ons de nietigheid van ons streven leeren kennen. Het denkbeeld moet opwaarts stijgen; het moet een eeuwig geestelijk Ideaal zoeken, om zich daar verwezenlijkt te vinden, het moet niet alleen gedacht, maar ook gevoeld worden, waardoor het als Goddelijke zelfstandigheid ons bezielen, doordringen en tot het onfeilbaar Woord opwekken kan.

Uit het vorengezegde zullen wij dus gemakkelijk inzien, dat men de Godsdienst geen slechter dienst bewijzen kan, dan door haar tot eene wétenschap te verlagen, of zelfs in den vorm eener bestaande wil gieten. Godsdienst kan slechts op tweeërlei wijze verbreid en uitgeoefend worden; ten eerste — door het geloof, of wel — door het in ons levendig geworden Woord van den grondlegger der Godsdienst. Het vaste in het leven ingeweefde geloof is eene bepaalde levenskracht, die alle zwarigheden overwint en tot Onsterfelijkheid voert. Hij, die echter niet gelooven kan, wien dit gevoel door gezelschappen, door lektuur of door wetenschappelijke scholen ontnomen werd, moet zich tot het levende, in hem wonende woord der wijsheid, tot Gods woord verheffen, dan draagt hij de Godsdienst, den grondlegger en den geest derzelve met zich om, hij bezit als een onvervreemdbaar eigendom die kracht des levens, hij treedt als leeraar en helper op

Sluiten