Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(wellicht heeft dit laatste dezelfde reden als het binden der tenen) dragen drie of vier mannen het op hun hoofd naar het graf. Hier heeft een ceremonie plaats, waaruit men ziet, dat de Australiërs de dood veelal aan kwaadwilligheid toeschrijven. Dit is speciaal het geval, wanneer iemand in de kracht van zijn leven sterft. Dan moet er een vijand tegen hem getoverd, zwarte magie uitgeoefend hebben. Op den al of niet vermeenden dader wordt wraak genomen, hetzij op directe wijze, hetzij door tovermiddelen.

Vervolgens wordt het lijk in het graf geplaatst en een oude man (in Australië bestaat er een groot verschil in aanzien tussen de oude en de jonge mannen) stapt in het graf om den overledene vet van het gezicht, de dijen, de armen en de buik af te snijden. Het wordt aan verwanten rondgedeeld, die ervan eten. Hiervoor is echter een bepaalde graad van verwantschap nodig, die er hier minder toe doet. De reden, die men opgeeft voor het eten van vet is, dat de droefenis erdoor overgaat. Heeft men iemand van een andere stam gedood, dan geeft men diens verwanten wel van zijn vet te eten om hun wraakzucht tot bedaren te brengen.

Als het graf dichtgeworpen is, wordt er een houtstapel op geplaatst, waarschijnlijk om het stoffelijk overschot tegen wilde dieren te beschermen. En onmiddellijk daarop veranderen de Dieri van kamp en vermijden zorgvuldig om de naam van den overledene te noemen. Want dit zou zijn ziel naar den spreker toelokken en men wil liefst alle contact met den overledene vermijden. Wel probeert men hem in een goede stemming te houden door voedsel op zijn graf te plaatsen en, als het winter is, een vuurtje aan te leggen. Maar zulks geschiedt alleen bij het graf van een invloedrijk persoon.

Op deze gebruiken bestaan bij de verschillende Australische stammen tal van variaties. Bij sommige noordelijke stammen, die openlijk erkennen, dat ze mensenvlees eten, wordt het lijk verorberd na vooraf gestroopt te zijn. Men zorgt, dat het hoofdhaar en de nagels aan de huid verbonden blijven en wikkelt de laatste om een bundel speren, die men op zijn tochten meedraagt. Bij de nieuwe verblijfplaats gekomen, poot men de speren in de grond en de vrouwen tonen dezelfde tekenen van droefenis als vlak na het overlijden: ze huilen en verwonden zichzelf. Het is niet duidelijk, of men met de huid magische bedoelingen heeft. Dit was wel het geval met het afhakken en drogen van de hand van een lijk, waarvan de thans uitgestorven Kumai in Z.O.Australië een gewoonte maakten. Ze droegen de hand aan een koord mee en geloofden, dat deze den drager door een beweging zou waar-

Sluiten