Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om de tent, waarin de overledene ligt. De aanwezigen zetten zich daarna voor de tent neer en murmelen litanieën onder begeleiding van een met mensenhuid bespannen trom. De rouw duurt 40 dagen en zolang men hem betaalt, verricht een lama gedurende die tijd gebeden voor den dode. Dit alles bevordert de wedergeboorte van den overledene. Z.o gaat het in Mongolië. In Tibet verricht een lama enkele handelingen om de ziel van den dode vrij te maken en hij zingt liederen, die hem de weg wijzen naar het pad, dat tot wedergeboorte leidt. Verscheidene dagen houdt men het lijk nog in zittende houding in het vertrek en biedt het voedsel, thee en tabak aan. Vrienden en verwanten lopen rond met bidwielen.

In de lijkstoet gaat de lama vooraan, blazend op een trompet, die uit een menselijk dijbeen is vervaardigd. Telkens kijkt hij om; teneinde

te zien of de ziel wel volgt.

Na afloop van de dodenbezorging wordt er in het sterfhuis groot spektakel gemaakt. Men rent er doorheen, zwaaiend met zwaarden en messen, terwijl lama's op trommen en cymbalen slaan en op trompetten blazen. Dit alles, naar het heet, om den demon te verdrijven, die de dood veroorzaakt heeft. Waarschijnlijker lijkt het, dat men de ziel van den overledene wil wegjagen, voor het geval, dat deze achtergebleven mocht zijn. Want zo n verdrijving van den demon achteraf heeft weinig zin en dodenvrees heerst nog altijd, ondanks alle schone verhalen over de wedergeboorte, waaraan men zegt te geloven. Het spreekt vanzelf, dat voor onbemiddelden heel weinig drukte gemaakt wordt. De kosten zouden veel te hoog worden, want de lama, die in zijn klooster 's werelds geneugten heet te ontvlieden, doet niets voor niets. Nergens ter wereld bestaat zulk een ontaard kloosterwezen als in Tibet en Mongolië en een sterfgeval is een gelegenheid, waar de begerigheid der lama's wedijvert met die der gieren en honden, aan welke het dode lichaam tot spijs dient.

De Chinezen en Japanners

In China en Japan heeft in de eerste eeuw n. Chr. het Boeddhisme eveneens terrein gewonnen, zonder in staat te zijn geweest de aloude volksgodsdienst, waarvan de kern de voorouderverering is, te verdringen. Dit is niet aldus op te vatten, dat een deel van het Chinese volk aan de inheemse religie vasthield, terwijl een ander deel naar het Boeddhisme overging. Veeleer is het zo, dat bij allen, of zo goed als allen, de oude voorstellingen zich handhaafden, maar dat Boeddhistische denkbeelden zich hiermee vermengden, bij den een meer dan bij

Dodenbezorging 3

Sluiten